T 577 Vragen en Antwoorden. Naarden 25 mei 2003 (sessie 3)
P.Krishna
Vraag: We hebben al zo lang naar de waarheid gezocht, waarom is het zo moeilijk?
P.K.: Meestal zoeken we de waarheid niet. Het voelt goed als ik zeg, dat ik de waarheid zoek, maar we moeten dat toch betwijfelen. De waarheid kan pijnlijk zijn. Wil ik de waarheid zoeken ook al is die pijnlijk? Of zoek ik bevrediging? Zoek ik een bepaald soort psychologische troost, een tijdelijke vrede, een gevoel van veiligheid? Dan zul je dat ook vrij snel krijgen in een illusie en omdat het een instinct in ons is, moeten we ons tegen deze mogelijkheid te allen tijde beschermen.
Een instinct is een gewoonte van een miljoen jaar. Het lichaam en de geest hebben een miljoen jaar genot gezocht en pijn vermeden en zo lang je genot zoekt, of dat nu lichamelijk, psychologisch of emotioneel is, kun je niet zeggen dat je de waarheid zoekt, omdat de waarheid niet aangenaam is. Het dogma over de waarheid is aangenaam, een overtuiging is aangenaam, totdat die je in een strijd meevoert die niet aangenaam is; maar in eerste instantie is het aangenaam. Omdat als wij allemaal in dezelfde goeroe en hetzelfde idee geloven, dit een illusie van broederschap veroorzaakt. Maar het is geen broederschap wanneer dit van een overeenkomst afhangt. Alleen wanneer genegenheid onafhankelijk is van een overeenkomst of een onenigheid is het echte genegenheid. Het denken dat gelooft is dus geen religieus denken. Het religieuze denken is in essentie een lerend denkvermogen. Het is een denkvermogen dat stelt dat de waarheid onbekend is. Het denken kan enkele ideeën hebben over de waarheid maar het trekt al die ideeën in twijfel. Het hecht zich aan geen enkel. Het weet dat ideeën en meningen niet de waarheid zijn en geen enkel pad heeft waarde, tenzij men een lerende houding heeft. Omdat het pad mechanisch wordt en waarheid niet aan het eind van een mechanisch proces kan staan; waarheid heeft een creatief inzicht nodig.
Kan ik met al mijn kennis zonder gehechtheid omgaan? Zonder er status, positie, comfort en veiligheid aan te ontlenen. Anders zal die gehechtheid verhinderen dat ik het nieuwe kan zien en de waarheid is altijd nieuw. Pas op voor de mens die zegt: “ik ken de waarheid” want je kunt de waarheid niet kennen, die kan alleen maar waargenomen worden en de waarheid is hetzelfde voor iedereen, dat is wat het motto van de Theosofische Vereniging zegt: Er is geen godsdienst hoger dan waarheid.
Het religieuze denken is dus een denken dat zegt: ik weet het niet, ik ben er niet zeker van, ik ben het aan het onderzoeken, ik ben van moment tot moment bezig de waarheid weer te ontdekken. Zonder zo’n lerende geest maakt het geen verschil of je een hindoe, boeddhist of christen of theosoof of atheïst bent. Want tenzij je leert en groeit in wijsheid, is er geen deugd. Deugd is geen nieuwe conditionering van de geest, deugd is iets dat in het bewustzijn bloeit als er een eind komt aan de illusies, dat hebben we de afgelopen drie dagen besproken. En het doet er niet toe, op wat voor een manier jij jouw illusie beëindigt. De manier is niet belangrijk; de lerende geest is belangrijk.
Het wetenschappelijke denken beweert ook dat de waarheid onbekend is. De Nobelprijswinnaar Richard Feynman heeft gezegd: “wetenschap is een grote hoeveelheid kennis waarvan een beetje bijna zeker is, heel veel nogal onzeker, maar niets volledig zeker.” Dat is het karakter van het echte wetenschappelijke denken. En dat is ook het karakter van het religieuze denken. Daarom wordt het wetenschappelijke denken omvat door het religieuze denken; maar de religieuze geest maakt geen deel uit van het wetenschappelijke denken. Omdat de wetenschap zich slechts beperkt tot de studie van de natuur en tot dat wat meetbaar is. Wetenschap is dus een onderzoek naar een deel van ons leven, terwijl religie een onderzoek is naar het hele leven, inclusief het bewustzijn en daarom omvat religie ook het wetenschappelijke onderzoek.
Vraag: hoe kunnen we een kind helpen om zo’n denkvermogen te krijgen? Wat is uw ervaring geweest als hoofd van een school?
P.K.: Zoals wij vanmorgen hebben gezien houden zowel godsdienst als wetenschap zich bezig met onderzoek. Een onderzoek naar de waarheid. Daarom moeten we het kind helpen een onderzoekend denkvermogen te krijgen. Het moet de natuur onderzoeken, de maatschappij, de samenleving, religie, onze emoties, gedachten, niets en niemand uitgezonderd. Beperk dat onderzoek niet. Nu ontwikkelen wij een onderzoekend denkvermogen dat zich alleen richt op wetenschap. De wetenschapper is ook objectief maar doet alleen onderzoek in zijn laboratorium, en niet in zijn eigen leven!
Leg de kinderen dus niet aan banden, dat betekent niet dat je geen regels op school moet hebben, maar het betekent dat elke regel onderzocht kan worden. De kinderen moeten ook begrijpen waarom we die regels nodig hebben. Vertel ze niet alleen, dit is goed en dat is fout. Je moet ze ook vertellen waarom we vinden dat het goed of fout is en je moet bereid zijn de regels te veranderen. Als we ontdekken dat iets niet gebaseerd is op waarheid gaan we dat morgen veranderen; dan groeien ze op met een open denkvermogen. En als je kennis overbrengt dan laat je ze ook de beperking zien van kennis, zodat je niet een kind opvoedt dat opgroeit met enkel antwoorden, maar je creëert een denken dat met vragen leeft een mens die weet dat hij de wijsheid niet in pacht heeft.
Het werkelijk ontwikkelde denkvermogen, laten we zeggen dat van Einstein, zegt: alles wat ik weet is slechts een kiezelsteentje op de zeestranden van de wereld. Maar de student die zojuist geslaagd is voor zijn doctoraal in fysica denkt dat hij alles weet over de theorie van Einstein en over ruimte en materie! Dat gevoel van trots is gebaseerd op onwetendheid. Ontwikkel dus geen wetend, arrogant denkvermogen. Ontwikkel een denkvermogen dat nederig is, dat weet dat hij niet weet. Het is niet zo belangrijk kinderen te onderwijzen, maar wel is het belangrijk hun intelligentie te wekken, zodat ze zelf kunnen leren, zowel op de universiteit, als in het leven. Wat er mis is in het onderwijs is onze visie op het onderwijs. Het gaat niet zozeer over de methoden en technieken, want over de methoden en technieken wordt besloten op basis van de visie die je hebt. We zijn erg knap in het bedenken van methoden en technieken, maar die zijn van weinig waarde als de visie zelf verkeerd is.
U vraagt mij naar mijn ervaring met dit soort onderwijs. Ik ben de laatste 17 jaar hoofd van een Krishnamurti school geweest. Het is erg moeilijk dit soort onderwijs tot stand te brengen omdat de onderwijzers zelf van de universiteit komen en zij verkeerd zijn opgeleid. Zij zijn opgeleid met competitie, met beloning en straf, met angst. Zij hebben zelf het onderwijs niet beschouwd als een prettige ervaring, maar als iets waar je mee moet worstelen om iets te bereiken. Hun eigen kinderjaren zijn geen vreugdevolle ervaring geweest. Als zij dus
op zo’n school komen lesgeven, dan accepteren zij dit alles als het beleid van de school maar het is niet iets als een beleid waarover je kunt beslissen om dat in praktijk te brengen. Daar is een transformatie van het hart voor nodig; er is een andere benadering voor nodig. De moeilijkheid kan dus alleen overwonnen worden als wij ervan uitgaan dat de leraren samen met de leerlingen ook leren. Want alleen op het niveau van kennis weet de leraar meer dan de student. Maar in het leven hebben wij dezelfde problemen als de kinderen. Wij kennen het probleem van verlangen, angst, ambitie, inhaligheid, zorgen, verveling, conflicten of verdriet en het kind heeft die ook. Op dit gebied kunnen we dus alleen maar samen met het kind leren.
Wat we kunnen doen is om onderzoek te scheppen en aan te moedigen op het niveau waartoe het kind van die bepaalde leeftijd in staat is. Schep een onderzoekend denken in hem. Met een achtjarige kan je niet over wetenschap en religie praten, maar je kunt met hem praten over wat goed en slecht is. En je kunt praten over vegetarisme en niet-vegetarisme. En je kunt er over praten waarom we niet moeten stelen. En dat betekent dat jij ook moet begrijpen waarom we al die dingen die je wel of niet mag doen aanvaarden. En als een mens of een kind begrijpt waarom een regel bestaat is het voor hem veel gemakkelijker die te volgen, dan wanneer die voor hem als een autoriteit wordt opgelegd om te gehoorzamen. En als kinderen ouder worden en teenager worden, kun je met hen praten over liefde, gehechtheid, verlangen, in termen van hun eigen dagelijks leven, niet als iets filosofisch, ver weg en niet verbonden met hun dagelijks leven. Dan zien zij het belang ervan in. Anders lijkt het net jouw eigen religieuze propaganda. Het doet er niet toe of dat Christelijke propaganda of Hindoe propaganda of communistische propaganda is, als het niets met het dagelijks leven te maken heeft.
Dit is dus iets wat we serieus moeten proberen in het onderwijs. Ik vroeg Krishnamurti eens: “meneer, als we de kinderen opvoeden op de manier die u heeft voorgeschreven, groeien ze dan op als vrije mensen?” Weet je wat hij zei? Hij zei: “Die vraag kan niet beantwoord worden, omdat het nooit uitgeprobeerd is!” Speculeer niet. Probeer het eerst, dan zul je het antwoord weten. Dat is een erg wetenschappelijk antwoord.
Vraag: Is dit ook niet iets voor de psychologie?
P.K.: Dat zou wel zo moeten zijn, Maar op het moment dat men het wetenschap gaat noemen, beperkt men zich alleen tot dat wat bewezen en gemeten kan worden, wat aan iedereen getoond kan worden en dat beperkt het onderzoek in de psychologie. Het punt is dat religieuze waarheden niet aangetoond kunnen worden zoals wetenschappelijke waarheden. Je kunt niet echt een experiment doen buiten jezelf, dat je aan iedereen kunt laten zien en dat hen overtuigt. Maar dat betekent niet dat de religieuze waarheid niet bestaat, of dat die niet kan worden waargenomen. Het betekent alleen dat die niet op die manier aangetoond kan worden.
Ieder van ons moet dat dus voor zichzelf waarnemen. Maar hoe en wanneer je de waarheid zal waarnemen, moet jezelf ontdekken. En de wijzen in alle culturen hebben over dezelfde waarheid gesproken. Er wordt in een enigszins andere taal over gesproken; zij leven misschien op een wat andere manier, afhankelijk van de cultuur en de periode van de geschiedenis waarin zij leefden. Maar als je diepgaand onderzoekt, zul je ontdekken dat dezelfde waarheden onder woorden zijn gebracht, omdat alles wat je nodig had op dit gebied, een denken was en een vermogen om de waarheid te zien. Mensen waren 2000 jaar geleden dus net zo in staat om te zien als u en ik. Op wetenschappelijk gebied verandert het onderzoek met de tijd, omdat er meer mogelijkheden zijn, betere microscopen etc. M.b.t. religieuze waarheid is er niets nieuws dat wij voor de eerste keer ontdekken, maar het is nieuw voor ons. Het heeft geen zin om te vragen wie de eerste was die die waarheid ontdekte. Alleen in de wetenschap wordt daar enorm veel belang aan gehecht, omdat je daarvoor de Nobel prijs kunt krijgen! Maar het is dezelfde waarheid in de Veda’s, in de Upanishads, in de Soetra’s van Patanjali, in Krishnamurti, in Jezus. Maar hun woorden geven je niet de waarheid; het doet er niet toe welke woorden je leest. De waarheid moet door jezelf worden waargenomen.
Theosofie is de zoektocht naar wijsheid, niet slechts kennis. Je kunt welk boek dan ook lezen, maar het boek zelf brengt geen enkele wijsheid. Je kunt een vraag uit het boek oppikken maar wat je ermee doet en hoe je tegenover die vraag staat en hoe diepgaand je die onderzoekt bepaalt hoe veel je ervan zal leren. Om dit vermogen te krijgen is leren essentiëler dan het bezit van boeken. Anders vergaar je een hoop kennis en geen wijsheid.
Vraag: Wat bedoelde Krishnamurti toen hij sprak over authenticiteit?
P.K.: Ik weet het niet. Ik zou de betreffende passage moeten lezen voordat ik er commentaar op kan geven. Maar wat dat woord voor mij betekent, kan ik wel zeggen. Voor mij betekent authenticiteit dat ik zelf de waarheid van iets direct heb waargenomen. Als ik die waarheid niet zelf heb waargenomen is het indirect, dan is het kennis. Daarom zei Krishnamurti dat hij niet geïnteresseerd was in filosofie omdat, zei hij, het gepraat is over wat andere mensen gezegd hebben, het is niet de waarheid. De waarheid waar wij het over hebben, ontstaat alleen wanneer er een bewustzijn is dat de werkelijkheid zonder enige vervorming waarneemt. Anders kleurt mijn geest mijn waarneming en op die manier pikt het op wat het op wil pikken; het ziet de waarheid niet, dat is dus geen waarheid. Dat is niet alleen wanneer iemand anders over Krishnamurti spreekt of over Jezus die hij interpreteert. Wanneer ik een boek van Krishnamurti lees, is mijn geest ook aan het interpreteren. Denk dus niet dat die interpretatie de waarheid is. Onderzoek ook je eigen interpretatie om te ontdekken of die de waarheid correct weergeeft.
Er is een dialoog op de video waarin Krishnamurti spreekt met studenten in Brockwood. Hij laat hen zien dat de woorden van de Boeddha en van Jezus illusies voor hen zijn, omdat zij de waarheid ervan niet zelf hebben waargenomen. Een student vroeg hem dus: “zijn uw woorden dan ook geen illusies voor ons, meneer?” En hij zegt: “Ja, als je ze accepteert!” Accepteer dus geen enkele bewering, en lees alles wat beweerd wordt anoniem. Het maakt geen verschil wie wat beweerd heeft. Ontdek in je eigen leven, door je eigen waarneming, of dat waar is. Je leert alleen door eigen onderzoek. Je leert niet door de betekenis van iets te interpreteren. Gebruik dus boeken enkel om vragen te krijgen en niet om antwoorden te krijgen. Het intellectuele antwoord is niet de waarheid omdat het niet inwerkt op het bewustzijn. De geleerde, zogenaamd goed opgeleide mens, verschilt niet veel van de tuinman. In zijn bewustzijn verschilt hij niet veel. Maar hij heeft heel veel theorieën en woorden om zijn onwetendheid te verbergen. Ik ben zelf die goed opgeleide man, meneer, ik lach niet om anderen.
Vraag: Is er een verschil tussen de leer van Krishnamurti en de Advaita-Vedanta filosofie?
P.K.: Weet u meneer, we weten van deze oude geschriften niet hoe veel er authentiek zijn. Er zijn mensen geweest die er dingen aan hebben toegevoegd en wie de auteur was is niet bekend. De lezingen van Krishnamurti zijn goed gedocumenteerd, het is opgenomen, we weten precies wat hij zei en wat hij niet zei. Maar de dieperliggende vraag is dat ook al weten wij precies wat iemand heeft gezegd, en ook al is het heel secuur beschreven, je toch nog niet de waarheid ziet, je krijgt alleen de intellectuele betekenis. De kloof tussen het intellectuele begrijpen van de waarheid en de verwerkelijking van de waarheid bestaat dus nog steeds. Dat is het gedeelte dat zonder pad is. Er is geen methode, geen techniek om die sprong te maken. Er is een methode of een pad om bij de kennis te komen, maar niet om bij de waarheid daarvan in je bewustzijn te komen. Dat werk moet je voor jezelf doen. En dat is de moeilijkheid van deze religieuze zoektocht. Het is ook de schoonheid van deze zoektocht.
Als ik nu iets mag aanstippen wat de Theosofische Vereniging betreft. U weet dat men zo’n grote scheiding heeft geschapen tussen wat zij theosofie noemen en de leer van Krishnamurti. Alle scheiding komt voort uit bekrompenheid. De Hindoe en de Jood en de Christen zijn verdeeld omdat zij bekrompen zijn. Als je opvatting niet oppervlakkig is en je naar de essentie gaat van wat Jezus bedoelde en wat Krishnamurti bedoelde en wat Boeddha bedoelde, dan zul je zien dat er geen scheiding is, omdat de waarheid hetzelfde is. De scheiding komt van het denken dat de waarheid niet gezien heeft, maar dit denken zaait verdeeldheid omdat onbelangrijke dingen belangrijk gevonden worden. Volgens mij is er geen scheiding tussen Krishnamurti’s leer en theosofie, of tussen theosofie en wat Socrates zei, of wat Jezus zei, omdat theosofie de zoektocht naar waarheid is. Het is geen grote hoeveelheid kennis die verspreid moet worden. Er is misschien wel een grote hoeveelheid kennis, omdat verscheidene theosofen hebben geschreven over dat waar zij in geïnteresseerd waren, maar dat is niet de essentie van theosofie. In theosofie geloven en dat herhalen is geen theosofie. Theosofie is geen kennis. De essentie van theosofie is het onderzoek in wat waar en wat niet waar is. Dat is ook de essentie van het Christendom of van het Boeddhisme, omdat er zonder wijsheid geen deugd en geen religie is.
Vraag: Ik kan het Krishnamurti niet meer vragen, maar waarom beëindigde hij zijn
lidmaatschap van de Theosofische Vereniging?
P.K.: Ik kan u vertellen wat ik persoonlijk van hem heb gehoord, want er zijn hierover veel misverstanden. Op de eerste bijeenkomst van de Indiase Krishnamurti Stichting die ik bijwoonde, zei iemand tegen Krishnamurti: “Meneer, toen u uit de Theosofische Vereniging wegliep ….” En Krishnamurti onderbrak die man onmiddellijk en zei, “Een ogenblikje meneer, laat mij dat heel duidelijk maken; ik ben nooit weggelopen van de Theosofische Vereniging, zij wilden mij daar niet.” Ik was aanwezig dus ik weet dit uit de eerste hand, maar u kunt dit ook nagaan in de bandopnames van de stichting.. Dit is wat hij gezegd heeft. In die tijd, in 1933, waren er spanningen die wij niet begrijpen. Krishnamurti was niet de bekende figuur die hij tegenwoordig is. Zij konden hem niet begrijpen en de breuk kwam vanwege politieke redenen, maar hij zocht naar waarheid. Dat is wat de theosofen hem opgedragen hadden en dat deed hij, zijn hele leven lang. De andere conversatie waarover ik u wil vertellen is toen hij mij aanstelde als directeur van Rajghat. Hij vroeg me, “heeft u mevrouw Besant gelezen, meneer?” En ik zei, “Wel ik heb haar autobiografie gelezen, maar niet veel meer, omdat ik natuurwetenschappen heb gestudeerd.” En hij zei: “U moet lezen wat ze heeft geschreven. Zij was een buitengewone vrouw.” En ik zei, “dat is goed meneer, ik zal haar lezen.”
Ik weet dus uit de eerste hand, dat hij een enorme genegenheid en respect voor haar had. En ik ga niet al die mensen geloven die denken dat er een breuk tussen hen was en dat zij boos op hem was. Volgens mij was het niet zo’n relatie. Weet u, als je werkelijk van je zoon houdt, dan wil je dat hij zichzelf is, je wilt niet dat hij een aanhanger van je wordt. En ik denk dat mevrouw Besant dat begreep. Zij weigerde hem nooit iets. En zij was waarschijnlijk de enige die werkelijk geloofde in de voorspelling dat hij de wereldleraar was, omdat ik heb gehoord dat zij de mensen in de Theosofische Vereniging lang daarvoor had verteld, dat wanneer de wereldleraar zou verschijnen, hij iets kan zeggen wat volledig anders is dan wat wij zeggen en wij moeten bereid zijn daar naar te luisteren, omdat alle wereldleraren met hun verleden hebben gebroken. De Boeddha brak met de Hindoes, Jezus brak met de joodse filosofie en mevrouw Besant begreep dat. En daarom zei ze, toen Krishnamurti iets totaal anders zei, ik ga aan je voeten zitten en naar je luisteren.
Ik ben er dus niet zeker van dat onze interpretaties van hun relatie waar de mensen over spreken, juist zijn. Zij waren diep religieuze mensen en ik ben er niet zeker van dat de interpretatie die mensen eraan geven, namelijk dat mevrouw Besant teleurgesteld in hem was, waar kan zijn. En ik heb een passage meegenomen die mevrouw Besant schreef voordat Krishnamurti in beeld kwam, en ik wil die aan u voor lezen. En u zult er de zaadjes van de leer van Krishnamurti in kunnen zien. Wat Krishnamurti naar voren brengt is dus niet nieuw voor de theosofie, maar hij ontdekte dat zelf. En een paar leiders uit die tijd konden hem niet begrijpen, wat natuurlijk prima is. Een man zoals hij hoort bij geen enkele vereniging of afzonderlijke religie. Socrates hoort niet bij Griekenland of Europa; Socrates is van de hele wereld. Dus als wij mensen in een bepaalde groep indelen is dat een onderdeel van die bekrompenheid. Krishnamurti is niet het eigendom van de Krishnamurti Stichting en ook niet van de Theosofische Vereniging. Een wijs mens is een wijs mens. Hij behoort aan de hele wereld toe.
Maar om dit seminar te beëindigen, wil ik een passage van mevr. Besant voorlezen. Het gaat over de vraag waar we zojuist over gesproken hebben.
“Alle studenten zouden iets van ons onderzoek moeten begrijpen zodat zij de blinde lichtgelovigheid die alles accepteert kunnen vermijden, maar ook de blinde ongelovigheid die alles afwijst.
Het grote gevaar, zoals HPB dat erkende, is het gevaar om in een gebaand spoor terecht te komen en op die manier te verstarren in de geloofsvormen die veel mensen er tegenwoordig op na houden. De Vereniging is bestemd, en is altijd bestemd geweest, om een levend lichaam te zijn en geen fossiel, en een levend lichaam groeit en ontwikkelt zich, en past zich aan nieuwe omstandigheden aan. Niets zou rampzaliger zijn voor een vereniging zoals de onze om speciale vormen van geloof als enige waarheid te bestempelen en met achterdocht naar iedereen te kijken die dat geloof wantrouwt. Als de Vereniging tot ver in de toekomst mag voortleven, en ik geloof dat, dan moet zij bereid zijn om nu frank en vrij te erkennen, dat onze kennis fragmentarisch is, partieel, dat er mogelijk grote veranderingen zullen komen naar mate we meer leren en beter begrijpen. We hebben niet te maken met theorieën of hersenspinsels, of een mengsel van die twee, maar met verslagen van waarnemingen.
Door één persoon als een onfeilbare autoriteit over een onderwerp uit te roepen waar degene die dit doet niets van af weet, laat eerder fanatisme zien dan rede. Ik zou mijn eigen vrienden willen vragen dat liever niet met mij te doen. Het is interessant om op te merken dat zaken waarover aanzienlijke meningsverschillen ontstaan, zaken zijn die niet met het leven en het gedrag te maken hebben.
Weinig mensen analyseren de complexiteit van de voor hen eenvoudige activiteit van de ogen, het kijken, het zien. Als wij “kijken” is er erg weinig werkelijk zien en een heleboel geheugen. Wat wij ”zien” noemen is een samengesteld geheel, een geheel van de vertaling van de indruk die zojuist op de retina gemaakt is en de herinnering van al de vorige indrukken die door dezelfde of soortgelijke objecten zijn gemaakt.
Alleen goed getrainde en ervaren zieners zullen de fout vermijden van het kijken naar feiten door een sluier van hun eigen gedachtevormen.
Generaties ver in de toekomst, en wijzelf in nieuwe lichamen, zullen nog steeds bezig zijn de grenzen van het onbekende te verleggen. Wij willen onze nalatenschap dan niet belemmerd zien doordat men zich zou kunnen beroepen op onze huidige onderzoeken, verheerlijkt in geschriften en gebruikt als muren die elke vooruitgang tegenhouden.
Besant schreef dit in 1913, in Adyar pamflet nr. 36. Ik zie geen verschil tussen dit en de leer van Krishnamurti. Waar maken we dan ruzie over? Ruzie komt altijd door domheid. Het is altijd gebrek aan begrip, afwezigheid van wijsheid. Er kan geen verdeeldheid zijn in waarheid; waarheid is waarheid. Maar mijn taal verschilt van de uwe en mijn ideeën zijn anders dan uw ideeën. Ga niet achter elk idee staan en ga niet bij een groep die zegt dat je moet geloven in een bepaald idee, anders zal je een nieuwe verdeeldheid in de wereld veroorzaken. We hebben al meer dan genoeg verdeeldheid in de wereld.
De zoektocht naar waarheid is niet verdeeld.
Er is slechts één religieus denkvermogen. Het is verkeerd te denken dat die christelijk of hindoeïstisch of wat dan ook is. Het is het denkvermogen dat de waarheid heeft gevonden, dat liefde bezit, mededogen en wijsheid. De merknaam is onbelangrijk. Die is als de jas die je draagt.
Vertaling:EKB
Correctie Govert.