Serie lezingen gehouden door professor P. Krishna op het ITC in Naarden, in maart 2005
P. Krishna
VERKENNINGEN MET BETREKKING TOT DE LERINGEN VAN J. KRISHNAMURTI
T769
P. Krishna
VERKENNINGEN MET BETREKKING TOT DE LERINGEN VAN J. KRISHNAMURTI.
Lezing 2: De Kunst van het Leren
In onze eerste lezing zeiden we dat de wanorde die we om ons heen zien in de maatschappij een projectie is van de wanorde die aanwezig is in het menselijk bewustzijn. Dat je ten diepste geen niet-gewelddadige vreedzame samenleving kunt hebben, tenzij de individuen waaruit zij bestaat zelf niet-gewelddadig en vreedzaam zijn. Met andere woorden, dat de wereld is zoals hij is, omdat wij zijn zoals we zijn en het is een illusie te verwachten dat je de wereld kunt veranderen alleen maar door regelgevingen of door een bepaald soort regering of door politieke en economische veranderingen, omdat dat alleen oppervlakkige veranderingen zou brengen. Daar verdiepten we ons in en we zagen dat, hoewel we uiterlijk een heleboel oppervlakkige veranderingen gehad hebben in de maatschappij, er geen eind is gekomen aan geweld, aan oorlog, aan conflicten tussen mensen, aan discriminatie en overheersing. Ze hebben alleen maar andere vormen aangenomen. Het probleem van de wereld kan dus niet los gezien worden van het probleem van het individu, en zolang het individu niet verandert kunnen we niet verwachten dat er enige grote of fundamentele verandering zal komen in de wijze waarop de samenleving functioneert. We zijn er ook op in gegaan wat verandering voor een individu betekent. We stelden dat er geen sprake is van een fundamentele verandering in het individu, als hij alleen maar zijn inzichten, zijn overtuigingen, zijn religieuze lidmaatschap, enzovoort, wijzigt. Ook verandert hij niet wezenlijk door het verwerven van kennis, ontwikkelde mensen hebben niet een bewustzijn dat anders functioneert dan dat van iemand die geen ontwikkeling gehad heeft. Dus vroegen we ons af, hoe groeit een mens in wijsheid? We weten allemaal hoe wij groeien in kennis, omdat we allemaal naar de lagere school en naar de middelbare school en naar de universiteit zijn geweest. We hebben uit boeken geleerd. We hebben expertise opgebouwd, vaardigheden en een heleboel kennis over allerlei onderwerpen, dus daarmee zijn we vertrouwd. Maar we hebben geen wijsheid ontdekt. We zijn psychologisch niet geëvolueerd, zoals we tijdens onze vorige lezing bespraken.
In deze lezing wil ik dieper ingaan op de zogenaamde kunst van het leren, wat dat inhoudt en of we in wijsheid kunnen groeien en daarmee ook veranderen op bewustzijnsniveau. Daar hield Krishnamurti zich mee bezig, met de transformatie van het menselijk bewustzijn. We zeggen dat er twee soorten van leren zijn. De ene is cumulatief van aard, zoals kennis en vaardigheden; je oefent ze, je spant je ervoor in, je werkt eraan en je krijgt meer kennis en verwerft meer vaardigheden, zodat je langs die weg kunt groeien door inspanning. Maar dat brengt nog geen zelfkennis of wijsheid met zich mee. Wat is dat dan, zelfkennis, en hoe kun je daarin groeien? Socrates sprak er lang geleden al over. Hij zei dat er zonder zelfkennis geen deugd bestaat. En hij zei ook dat er slechts één deugd is en dat is een geordend bewustzijn. De Boeddha zei ook iets dergelijks. Maar hoewel we deze mensen beschouwen als groten en we ze ook vereren, hebben we niet diepgaand onderzocht wat ze ons duidelijk willen maken en het blijkt dat we die noodzaak om zelfkennis te verwerven niet serieus genomen hebben in ons eigen leven. Het is ook niet iets wat je uit een boekje kunt leren. Het is niet het soort kennis met betrekking tot het zelf, zoals je die kunt putten uit boeken over psychologie en biologie. Wat valt er dan nog meer te weten over onszelf, behalve de evolutie, de oorsprong van ons lichaam, de samenstelling van ons lichaam en het leren over de wijze waarop ons denken werkt? Als dat het bewustzijn niet transformeert, wat dan wel? En waarom zijn we zoals we zijn? Als we moeten transformeren, moeten we eerst begrijpen wat we zijn voordat we kunnen proberen dat te veranderen. Als ik daarnaar kijk, dan realiseer ik me dat ik het product ben van miljoenen jaren evolutie en dat alles heeft niet alleen mijn lichaam opgebouwd maar ook mijn hersenen en al bij iemands geboorte zijn de hersenen geprogrammeerd, bezitten ze al de instincten die we ons eigen gemaakt hebben door onze biologische evolutie. Wanneer het kind verder groeit, maakt het zich de taal eigen, leert diverse vaardigheden en groeit op terwijl het zijn/haar leefomgeving imiteert. Dus de herinnering in de hersenen groeit. Zij beschikken al over het biologisch geheugen, maar daarbovenop komt nu de cultuur in het geheugen --- alle overtuigingen, de levenswijze, het soort voedsel, het soort kleding, het soort gedrag in dat bepaalde gezin, enzovoort. Het kind leert dat alles. En de natuur heeft gezorgd voor dit soort groei van de hersenen en voor deze ontwikkeling van de hersenen op basis van alles waarmee zij in aanraking komen. De groei van de Chinezen verschilt dus ietwat van die van de Indiërs, De Indiërs groeien anders dan de mensen in het Westen, enzovoort. Dus ook dat alles is opgeslagen in mijn hersenen in het geheugen. Dan zijn er de psychologische herinneringen van mijn ervaringen tijdens dit leven, vanaf de geboorte tot nu toe. Ik ben gekwetst, ik ben in verrukking geweest, ik ben beledigd, ik ben gevlijd, en al die herinneringen zijn ook opgeslagen. Het is de taak van de hersenen om te registreren en in het geheugen op te slaan. Dan ga je naar de lagere en naar de middelbare school en daar ontwikkel je het geheugen en de vaardigheden nog verder. Zo heb ik bijvoorbeeld natuurkunde gestudeerd en daarom heb ik een heleboel kennis van de natuurkunde in mijn hersenen opgeslagen. Misschien hebt u kunst gestudeerd of iets anders en is dat in uw hersenen opgeslagen. Dus dat hele verleden, het biologische verleden, het psychologische verleden, alle kennis vergaard uit boeken door school, dat alles zit hier nu, voor u: dat ben ik! Dat is de programmering van deze computer, die ik de hersenen zal noemen, die in mijn schedel zitten. En ik vraag mezelf af, wat kunnen we daaruit leren?
Ik heb de biologieboeken gelezen, ik weet hoe instincten ontstaan, ik heb geschiedenis geleerd en godsdienst, ik ken de culturele achtergrond, maar al die kennis transformeert het bewustzijn niet. Dat is wat we stellen. Dus wat kunnen we nog meer te leren? En juist omdat dat leren niet uit een boek gedaan kan worden of door middel van iemand anders, wordt het zelfkennis genoemd. Het is die kennis die voortkomt uit iemands eigen waarnemingen, uit wat iemand zelf leert in het leven. Dit leren is niet cumulatief, het is het leren dat voortkomt uit het onderscheiden van wat waar en wat niet waar is.
Er zijn dus twee soorten van leren: er is het cumulatieve leren, dat al plaats heeft gevonden en nog steeds plaatsvindt. Dat gaat door of ik dat nu wil of niet, omdat ik geen controle heb over mijn geheugen. Maar er is ook dit andere leren, wat bestaat uit het leren onderscheiden tussen wat waar is en wat niet waar is, en dat is wat we het zoeken naar waarheid noemen, wat de zoektocht is naar het beëindigen van illusies in het denken. Het is zelf-leren, omdat je dat niet uit een boek kunt halen. We zeiden in de vorige lezing dat kennis van de waarheid niet de waarheid zelf is. Een professor in de filosofie heeft kennis van alles wat de Boeddha en Jezus en andere grote wijzen naar voren hebben gebracht. Maar zijn bewustzijn is net als dat van elke andere gewone mens, het is niet vrij van zijn ego dat geweld, hebzucht, egoïsme en conflict creëert. Het is niet de kennis van de waarheid die waardevol is, maar het leren zien van wat waar is en wat niet waar. Aangezien zo’n waarneming niet uit een boek gehaald kan worden of van een goeroe verkregen kan worden, kan waarheid niet op die wijze verworven worden. Je moet haar zelf verwerven. Dat klinkt wat geheimzinnig, omdat waarheid niet binnenin het geheugen, binnenin de hersenen ligt. En toch kan zij waargenomen worden. Je kunt haar niet verwerven door een proces van denken, aangezien het denkproces zelf ontstaat vanuit het geheugen en daarom onderhevig is aan de kleuring van iemands eigen conditionering --- iemands meningen en opvattingen, de illusies die iemand eigen zijn, welke aanwezig zijn in de hersenen. Het denkproces is noodzakelijkerwijs verbonden met het verleden. Dus steeds wanneer er een waarneming is van iets buiten het geheugen om, buiten het gewone om, dan moet dat komen als een flits van inzicht, en dat is niet een denkproces. Wanneer je een diep inzicht hebt ten aanzien van wat waar is, dan valt het onware weg, er komt een einde aan de illusie en je hebt waargenomen wat waar is. Die waarneming brengt wijsheid, die waarneming transformeert het bewustzijn, hoe weinig dat ook mag zijn. Ik heb het niet over totale transformatie of volledige vrijheid, maar over het een einde maken aan een illusie.
In de vorige lezing vroegen we ons af of er, naast het denken, nog een ander vermogen in ons bewustzijn werkzaam is, en we zeiden ja, we hebben het vermogen gewaar te zijn, te observeren, aandacht te geven, en andere dingen zoals meditatie, die geen denkprocessen zijn, en als die vermogens actief zijn, kan door middel daarvan een diep inzicht verkregen worden ten aanzien van wat waar en wat niet waar is, en zo’n inzicht verandert het bewustzijn, verandert de structuur zelf waarmee men in zijn dagelijkse leven werkzaam is. Ik kan de herinneringen in mijn hersenen niet selectief uitwissen en ik wil ze zeker niet volledig uitwissen, zelfs als ik dat zou kunnen, omdat ik dan een debiel zou zijn, niet in staat tot denken, en denken is een heel nuttig vermogen in het dagelijks leven. Kunnen we dan leren hoe je het denken en de verbeelding op de juiste manier gebruikt en hoe je ze verkeerd gebruikt? Er is een andere manier om naar deze vraag te kijken. Er is nergens wanorde in het universum. Er is geen ego in de natuur. Als er een aardbeving komt, of cyclonen, dan kunnen ze onze stad verwoesten, maar zij hebben niet de bedoeling om te verwoesten. De verwoesting vindt wel plaats, maar zij volgen de ordeningen van de natuur, zij gebeuren volgens de wetten van de natuur. Er zit geen bedoeling achter. Het is niet alsof de natuur kwaad op ons is en probeert wraak op ons te nemen en het daarom laat gebeuren. Dus er zit geen ego achter. Er is geen ego aanwezig in een boom. Er is nauwelijks sprake van een ego in dieren. Dat kun je merken als je ze observeert. Waarom is er dan ego en wanorde in het menselijk bewustzijn wanneer deze ook het resultaat is van biologische evolutie die deel uitmaakt van de ordening van de natuur? Dat is de vraag die je moet stellen. Met andere woorden: heeft de natuur wanorde gecreëerd in ons bewustzijn? Heeft de natuur het ego daar in ons bewustzijn gelegd? Zo ja, dan kun je het niet veranderen. Je kunt opereren enzovoort, maar je kunt het niet veranderen door erover te denken en te leren. Dus als het ego zoiets is, dat zijn bestaan heeft in de natuur, dan moet ik het er maar mee doen, dan moet ik ermee leren omgaan, me eraan aanpassen. Ik kan het niet laten verdwijnen omdat ik het niet zelf schep. Anderzijds, als het ego iets is wat ik schep door mijn eigen denkprocessen, dan kan ik leren het niet langer te scheppen. Met andere woorden, als ik wanorde schep in mijn bewustzijn, dan kan ik leren die niet langer te scheppen.
We moeten dus zien te ontdekken of de wanorde in ons bewustzijn een schepping is van onze eigen benadering van het leven, van ons eigen denken. Wat de evolutie ons aanreikte, toen mensen evolueerden uit de apen, was een versterkt geheugen, het vermogen om te denken, en het beeldend vermogen. Nu zijn deze allemaal een deel van de ordening van de natuur, omdat de evolutie deel uitmaakt van de ordening van de natuur. Maar wat ik me voorstel, wat ik denk, wat ik doe met dat denken en dat vermogen is niet noodzakelijk een deel van de ordening van de natuur. Ik kan me een geest voorstellen, en daarom angst voelen dat er een geest in die boom zit. Dat is slechts een denkbeeldige angst. Die geest heeft geen bestaan in de natuur. De boom wel. Maar het vermogen om je iets voor te stellen is natuurlijk, maakt deel uit van het mens zijn. Dus de religieuze zoektocht, die de zoektocht naar zelf-kennis is, die de zoektocht naar waarheid is, kan ook beschouwd worden als het voor jezelf leren wat het juiste gebruik is van deze vermogens die de natuur ons geschonken heeft in de loop van de evolutie. We hebben daar geen vraag bij gesteld. We hebben er niet op gelet hoe we dat moeten leren. We gebruiken deze vermogens gewoon om onze doelstellingen te verwezenlijken en gaan onze gang in het leven en als ze verdriet en pijn met zich meebrengen, denken we dat we pech hebben gehad en dat we maar met de omstandigheden in het reine moeten zien te komen, enzovoort. Maar we hebben niet serieus tegen onszelf gezegd, noch in onze opvoeding noch in ons dagelijkse leven: wat is het juiste gebruik van deze vermogens, en gebruik ik ze zelf om al deze wanorde in mijzelf te scheppen, en er dan de gevolgen van te ondergaan en te zeggen: het leven is slecht? Ben ik de oorzaak van mijn eigen ellende of komt de ellende ergens van buitenaf? Natuurlijk is er altijd ook een uiterlijke oorzaak voor ellende, en men kan bezig blijven met zich druk te maken om die oorzaak van buitenaf. Dat is wat een politicus en een zakenman doet; maar een religieus mens is er meer in geïnteresseerd om de innerlijke oorzaak te vinden en als je vrij bent van de innerlijke oorzaak dan schept de uiterlijke oorzaak geen ellende, conflict of geweld. Dus als we spreken over een innerlijke transformatie van het bewustzijn, dan hebben we het over het veranderen van de innerlijke toestand doordat we begrijpen, doordat we waarnemen wat waar is en wat niet waar.
Maar waarom zou dat het bewustzijn veranderen? En wat moet ik precies leren door te kijken? We praten over het kijken naar waarheid, het waarnemen van waarheid, enzovoort. Wat moet ik dan leren? Tenslotte is het geheugen, zoals we zagen, al gedurende een miljoen jaar opgebouwd in het verleden met daarbij inbegrepen de 50, 60 jaar van het huidige leven die we tot nu toe achter ons hebben. Als je dat onderzoekt, dan zul je ontdekken dat de wanorde in het bewustzijn (ik gebruik dit woord in de betekenis die Krishnamurti eraan gaf, n.l. als dat wat alle negatieve emoties zoals woede, geweld, haat, jaloezie, conflict en verdriet vertegenwoordigt) ontstaat vanuit illusies in het denken. Er is sprake van illusie, zo definieerden we in de vorige lezing, als het denken iets voor waar houdt wanneer het niet waar is of wanneer het een enorm belang hecht aan iets wat in feite helemaal niet zo belangrijk is. Beide zijn illusies. En uit die illusies komt wanorde voort in het bewustzijn. En omdat die voortkomt uit illusie kan er een eind aan gemaakt worden.
Illusie bestaat niet inde natuur. Het is een schepping van mijn eigen denken, mijn eigen denkproces. Ik neem iets voor waar aan, omdat ik niet echt ontdekt heb dat het onwaar is. En op de dag dat ik ontdek dat het onwaar is, zal de illusie ophouden. Dus ook de gevolgen van die illusies kunnen verdwijnen. Maar dat wat geen illusie is, wat een feit is... de gevolgen daarvan zullen en kunnen niet verdwijnen, omdat het iets is wat een werkelijk bestaan heeft in de natuur. Laten we daarom de aard van deze illusies en hoe zij in ons denken terechtkomen, proberen te begrijpen. Zij zijn aanwezig op verscheidene niveaus van ons bestaan. Op het meest oppervlakkige niveau zijn het allerlei vormen van bijgelovigheid. Jullie hebben zo je eigen vormen van bijgelovigheid in het Westen, en in India hebben ze weer hele andere vormen van bijgelovigheid. Als je opgroeit als christen, denk je dat het getal 13...iets slechts is. Als je kamer 13 toegewezen krijgt in een hotel, dan schept dat een hoop angst en spanning, omdat je het gevoel hebt dat het tot een of andere ramp zou kunnen leiden. Het is alleen maar een herinnering dat daar opduikt; het is niet iets wat waar is. Maar omdat het tijdens je jeugd in je geheugen is ingeprent, komt daaruit die ongerustheid voort. Je zou jezelf kunnen bevrijden van vormen van bijgelovigheid gewoon door met je verstand te onderzoeken, door wetenschappelijke kennis te verwerven. Maar als je er niet vrij van bent, dan heeft dat wel gevolgen. Als in India een kat de straat oversteekt, dan wordt dat als een slecht voorteken beschouwd. Als je ’s morgens vroeg een kraai hoort, dan is dat een slecht voorteken, enzovoort. We kennen allemaal allerlei vormen van bijgelovigheid en zij speelden duizenden jaren lang een belangrijke rol in de samenleving. Mensen leefden in angst voor deze voortekenen. Als er een zonsverduistering was, dan waren ze bang voor wat er zou gaan gebeuren. Maar nu weten we waardoor een zonsverduistering veroorzaakt wordt en met die kennis kun je jezelf van zulke vormen van bijgelovigheid bevrijden. We moeten dus niet neerkijken op onderzoeken met je verstand en op wetenschap. Mensen dachten dat er ziekten waren omdat de goden boos waren. Door het werk van Louis Pasteur weten we dat ziekten het gevolg zijn van bacteriën of virussen in het lichaam.
Dan zijn er een heleboel culturele illusies die wij ons eigen maken. Ze kunnen verschillen in het Westen en in India. Deze culturele illusies bestrijken een heel wijd gebied. Laat ik er een paar toelichten die zomaar in me opkomen. Iemand kan opgroeien in een gezin waar iedereen gelooft dat je kinderen moet dreigen en straffen, omdat ze anders bedorven worden. Dus wordt een kind regelmatig gestraft, terechtgewezen en bedreigd met straffen, en dat maakt dat het voortdurend in angst leeft en vanuit die angst gedraagt het zichzelf en ik ben van mening dat dat goed voor mijn kind is omdat ik bezig ben hem discipline bij te brengen en ik mijn kind help op de juiste wijze te leren leven. En dus ben je zo behandeld en je buurman ook en andere mensen doen het zo en de leraren op school, enzovoort. Je groeit er gewoon mee op, je neemt aan dat dit waar is en dat je zo moet handelen. Er zijn talloze ouders die op deze wijze handelen. Het is een culturele illusie. Het is net zoiets als propaganda. Het is iets waarvan je gelooft dat het waar is, ook al is het niet waar. In feite berokkent die angst het kind veel meer schade dan dat wat hij aan het doen was. Nu weten psychologen dat en zij wijzen erop. Ik meen dat het in Europa mevrouw Montessori was die op dit gebied pionierswerk verrichtte doordat zij zei dat het de verkeerde manier was om kinderen op te voeden. Dat is dus een schadelijke culturele illusie. Je groeit ermee op, als je in zo’n familie leeft. Maar je hebt natuurlijk het vermogen om die illusie te doorzien, te ontdekken dat zij vals is, en haar daarom te veranderen, er een einde aan te maken, en je kind niet zo te behandelen.
De houding tegenover vrouwen is ook een kwaadaardige culturele mentale illusie geweest in alle menselijke samenlevingen. Het denkbeeld dat een man buitenshuis werkt en dat een vrouw thuis moet blijven om daar haar werk te doen, het accepteren dat de man de baas is over de vrouw, dat werd cultuur genoemd. En vrouwen werden gediscrimineerd, uitgebuit en dat werd allemaal geaccepteerd door de samenleving. Zij werd als een slavin behandeld en haar werd verteld dat dat terecht was. En wie zorgde ervoor dat dit zo was? Het was slechts ons eigen denken, het waren onze eigen veronderstellingen, cultureel geaccepteerd van vader op zoon op kleinzoon en zo verder, zonder dat de onrechtvaardigheid ervan werd ingezien. Zolang je vasthoudt aan die illusie, denk je dat die waar is en dat vrouwen zo behandeld dienen te worden. Iets dergelijks gebeurt tot op de dag van vandaag zelfs nog met dieren. Wij denken dat zij voedsel zijn, dat zij geen gevoelens hebben, en dat zij daarom regelmatig gedood en afgeslacht kunnen worden. Het is een massaal voorkomende illusie, een culturele illusie, die niet waar is. Er komt een heleboel lijden uit voort. We reageren fel als een mens gediscrimineerd wordt. We protesteren tegen apartheid. Maar we protesteren niet tegen apartheid bij dieren en we hebben er niet echt vraagtekens bij gezet, behalve misschien binnen de Theosophical Society en binnen een paar andere soortgelijke organisaties. We moeten de vraag stellen of deze discriminatie ten opzichte van dieren en het lijden van de dieren verschilt van ons eigen lijden. Lijden is lijden. Het is niet het lijden van een man of het lijden van een vrouw of het lijden van een dier. Elke vorm van moedwillig leed veroorzaken is slecht.
Er zijn een heleboel illusies zoals de zojuist genoemde waaruit een hoop geweld voortkomt zonder dat men zich ervan bewust is dat men gewelddadig is. Er was zelfs een tijd dat mensen accepteerden dat er meesters en slaven waren. In India zie je dat nog steeds. Iemand uit een lagere kaste heeft geen rechten, omdat daar voor hen een lange uitgebreide theorie over karma achter zit, waarin gesteld wordt dat hij in een vorig leven gezondigd moet hebben, daarom in deze familie is geïncarneerd en daarom ook zijn plaats verdient in de maatschappij en een slechte behandeling gerechtvaardigd is! Het is een illusie, het is onwaar, maar het is maatschappelijk aanvaard. Die persoon zelf accepteerde het, en de brahmaan accepteerde het ook. Maar alleen omdat iedereen het accepteert wordt het nog niet waar. Waarheid is niet een kwestie van democratisch stemmen en zeggen, is dit waar of niet waar. Eén mens kan zeggen dat dit onwaar is en daarin gelijk hebben en een miljoen mensen kunnen zeggen dat het wel waar is en zij kunnen ongelijk hebben. Dus je kunt geen democratisch besluit nemen over waarheid en onwaarheid door erover te stemmen.
De vormen van religieuze verdeeldheid die in onze tijd in de wereld heersen, van hindoes tegen moslims, van joden tegen arabieren, berusten eveneens op illusie. Het is een culturele illusie. Een moslim weet niet wat God is, evenmin als een hindoe weet wat God is. Maar de moslim herhaalt wat zijn ouders en zijn boeken hem verteld hebben, zonder te weten of dat waar is. En de hindoe herhaalt iets anders, wat hem door zijn boeken en zijn grootouders is verteld. Hij noemt het zijn idee van God, en hij levert er strijd om, over die gehechtheid – is dat niet allemaal geworteld in illusie? Feitelijk is er geen verdeeldheid tussen de twee mensen. Beiden geloven in God, beiden aanbidden, beiden zijn bang. Beiden hebben verlangens en frustraties, beiden hebben het probleem van gehechtheid. Het menselijk bewustzijn werkt op precies dezelfde manier in een christen als in een islamiet. Maar de laatstgenoemde heeft zijn eigen illusies over God en over sommige denkbeeldige zaken die hem verteld zijn en de eerstgenoemde heeft sommige andere illusies in zijn hoofd. En het zijn deze illusies die hen gescheiden houden. Zij zorgen ervoor dat ik het gevoel heb totaal anders te zijn dan hij, terwijl je in feite niet verschillend bent, noch wat je lichaam betreft noch in je bewustzijn ben je anders. Alleen een of ander idee in je hoofd is anders en je hebt geweldig veel belang gehecht aan verschillende denkbeelden. Zoiets kan alleen een mens doen, een ander mens slaan alleen maar omdat die ander een ander idee in zijn hoofd heeft. Geen hond, geen dier kan zoiets doen. En de mens slaat die persoon zonder hem zelfs maar te kennen. Er is geen twistappel, er is geen persoonlijke ruzie, maar je hoort alleen dat die mensen moslims zijn, dus haat je ze al, omdat jij een hindoe bent en je denken is geconditioneerd om moslims te haten. Een hond zal vechten om een bot, maar wij zullen vechten om een denkbeeld. Dat is ons probleem, het probleem van het menselijk bewustzijn. Kan ik daarover iets leren en mijn denken ervan bevrijden of is dat iets onvermijdelijks?
Al onze nationalistische verdelingen, onze religieuze verdelingen, alle oorlogen, het geweld dat eruit voortkomt ontstaan door zulke illusies. Hoeveel oorlogen zijn er al uitgevochten over religieuze verschillen? Die hele zaak is gebaseerd op culturele illusies. Als je niet onderzoekt waar dit vandaan komt, en je onderzoekt niet waarom deze verschillen verdeling veroorzaken, dan accepteer je ze dus gewoon. Ze worden wáár voor jou, omdat je ze accepteert. We leven temidden van geweldig veel culturele illusies. Daaruit komt een heleboel wanorde voort. Natuurlijk moet je hierbij nog een andere vraag stellen. Zelfs als ik het gevoel heb dat een ander mens een ander idee of een ander geloof, waarom brengt dat een scheiding tussen ons aan? Waarom kan ik dat niet gewoon zien als een verschil, net zoals een verschil in lengte, of een verschil in kennis, of een verschil van lichaam en vorm? Verschillen hoeven ons niet te verdelen. We hebben geen oorlogen gehad tussen lange mensen en kleine mensen, tenminste tot nu toe! We zijn nog niet zo dom om dat te doen. Of tussen mensen met grijs haar en mensen met zwart haar! We zien dat als een verschil, maar het schept geen verdeeldheid. Waarom schept het dan wel verdeeldheid wanneer de ene mens in een moskee gaat bidden en een ander in een tempel? Vraag jezelf dat af. Als je dit niet begrijpt, dan zul je morgen verdeeldheid scheppen vanuit een of ander verschil. Dat is wat we aan het doen zijn.
We moeten onszelf dus die fundamentele vraag stellen. Waarom zie ik verschillen niet gewoon als verschillen? Waarom leiden sommige verschillen tot verdeeldheid? Omdat alleen wanneer zij tot verdeeldheid leiden, er geweld en haat, minderwaardigheid en superioriteit, een soort evaluatie en veroordeling en al dat soort dingen uit voortkomen. Want dat is wat verdeeldheid inhoudt. Als we alleen maar zien dat iemand uit Afrika zwart is en iemand uit Europa wit, dan maakt dat deel uit van ons gewaar-zijn, van ons begrijpen. Het zou stom zijn om het niet te zien. Maar als je vervolgens gaat denken dat blanken superieur zijn aan zwarten en je daarom zwarten gaat haten, dan word je een racist. Dit proces van een verschil als een verschil te zien waarna ons denken dat verschil omzet in verdeeldheid et haat voor een medemens, is een ernstig probleem voor de mensheid. Het is een schepping van ons eigen denken. Als we dit doorzien, dan kunnen we ons ervan los maken. Er ligt dus een hele lading culturele illusies binnenin ons, die hun eigen wanorde veroorzaken.
Dan, op een nog dieper niveau, zijn er de psychologische illusies. Een jonge man wordt in de liefde bedrogen door zijn vriendin, en nu haat hij vrouwen. Hij zegt, nu weet ik uit eigen ervaring dat je vrouwen niet kunt vertrouwen, en nu zit hij vol angsten. Hij heeft vanuit een concrete ervaring gegeneraliseerd en heeft daardoor een complex ontwikkeld. Het is een psychologisch complex. Iemand kan opgegroeid zijn in een situatie van angst en onderdrukking en dan zul je zien dat het denken de herinnering aan die angst vasthoudt en dat die tevoorschijn komt door associatie. Enzovoort. De psychologen duiden ze aan als complexen. Zij komen ook voort uit ervaringen in het verleden. En daar zitten ze nu, in mijn geheugen, en er komen allerlei reacties uit voort, die leiden tot het wel of niet prettig vinden van iets. Ze zorgen voor angst, negatieve emoties, enzovoort. Psychologische illusies zijn dus een belangrijke bron van wanorde in ons bewustzijn. Als je nog dieper gaat, zegt Krishnamurti, is ook het gevoel dat je een afzonderlijk individu bent, afgescheiden van de rest van de wereld, ook een illusie. In werkelijkheid ben je niet een afzonderlijk wezen. Je maakt deel uit van dit hele cosmische proces dat bezig is, maar je scheidt jezelf af omdat je het centrum wordt van je gedachten en verlangens en dat schept een ik, en die ik scheidt zichzelf af van alle andere mensen. Die verdeeldheid veroorzaakt conflict en onheil. In onze volgende lezing zullen we daar wat meer in detail op in gaan, wanneer we gaan kijken naar problemen binnen relaties en wat we liefde noemen.
Wat we ons in deze lezing afvroegen is: in dit proces van leren over onszelf, wat moeten we daarin leren? Zoals ik zei, zijn er ook vandaag de dag nog allerlei soorten illusies die in ons geheugen worden vastgehouden en die veroorzaken wanorde, haat, conflict, gevoelens van minder - en meerderwaardigheid. Zij zijn de bron van al die wanorde in ons bewustzijn. We moeten inzien dat dit onware zaken zijn die wij ons in de loop van ons leven eigengemaakt en als waar geaccepteerd hebben. Ik hoef mij niet van al mijn conditioneringen te bevrijden. Ik kan mijn conditionering accepteren, net zoals ik mijn lichaam en de kleur van mijn haar of huid kan accepteren. Natuurlijk kan het zijn dat je dat niet accepteert en dan maak je er een probleem van als je zegt, ik ben niet mooi, enzovoort. Dus we kunnen altijd problemen creëren, maar het is betrekkelijk eenvoudig te accepteren. Zo kun je ook accepteren dat je niet gevoelig bent voor Westerse klassieke muziek. Je bent gevoelig voor Indiase klassieke muziek omdat je daarmee opgegroeid bent. Dat levert geen conflict of grote problemen op. Dus is het ook niet noodzakelijk om daar verandering in aan te brengen. Je zou dat kunnen veranderen als je wilt, maar het hoeft niet. Ik werd opgevoed als vegetariër. Ik werd grootgebracht met gedachten van mededogen voor dieren. Ik ben misschien nog niet zover dat ik mededogen voel voor iedereen, maar ik voel tenminste mededogen voor dieren. Dat komt misschien voort uit mijn conditionering, omdat mij dat vanaf mijn jeugd verteld werd. Ik zie geen reden om daar verandering in aan te brengen. Dus dat wat geen conflict veroorzaakt, noch met anderen noch met jezelf, kun je gewoon laten zoals het is. Daar hoef je niet aan te werken. Wat Krishnamurti zei was, als je conflict, geweld, verdeeldheid, binnenin jezelf waarneemt, dan moet je onderzoeken wat de diepe wortels ervan zijn binnenin jezelf en ontdekken door welke illusies ze ontstaan. En als je onderscheidt wat waar is en wat onwaar in dat waaraan je vasthoudt, dan kun je jezelf van de illusie bevrijden en kan er een einde komen aan die wanorde in het bewustzijn. Dat is alles waar het om draait bij bewustzijnstransformatie. Natuurlijk zitten illusies heel diep, dus misschien zal ik er nooit helemaal vrij van worden, misschien zal ik me nooit één voelen met die boom. Zover kom ik misschien niet. Maar je kunt je wel bevrijden van zoveel culturele vooroordelen. Je bent wijzer als je geen racist bent, als je geen moslim haat uitsluitend omdat hij anders bidt dan jij. Dan ben je al wijzer. Dus groei in wijsheid komt door het waarnemen van zulke diepe waarheden, die een einde maken aan illusies in ons denken en daardoor ook een einde maken aan de wanorde in het bewustzijn.
Dat is waar het in de religieuze zoektocht om gaat. De religieuze zoektocht is in wezen een zoeken naar het beëindigen van wanorde in het bewustzijn. Die wanorde is de bron van alle kwaad binnenin ons. En natuurlijk is de grootste bron van het kwaad binnenin ons het ego dat ook een illusie is, in die zin dat het ook slechts een constructie is dat door ons gedachteproces tot stand is gebracht. Het is een aanname die we niet ter discussie gesteld hebben. Dus, zoals ik Krishnamurti’s leringen begrijp, zegt hij: Je kunt jezelf niet veranderen door oefening, door inspanning. Je bewustzijn werkt zo vanwege al die aannames die opgeslagen zijn in je bewustzijn. Dat is de inhoud van je bewustzijn. Als die inhoudt zichzelf niet leegt, als je de illusies die je geleerd hebt niet afleert, zullen ze werkzaam blijven, ze functioneren zoals ze altijd al deden. Hitler koesterde een illusie. Hij geloofde waarschijnlijk dat de joden buitengewoon slecht waren en dat ze uitgeroeid moesten worden. Zoals wij slangen en schorpioenen beschouwen, zo beschouwde hij hen. Het is niet waar, hij generaliseerde misschien vanuit enkel ervaringen, of zijn denken was gevangen in een bepaalde vorm van propaganda. Maar kijk eens naar de hoeveelheid verwoesting en geweld die uit die illusie in zijn denken voortkwamen.
Nu hebben wij ook illusies en uit die illusies komt een hoop kwaad binnenin ons voort. Als we hierin geen inzicht verwerven, houden we onszelf alleen maar onder controle en dat betekent dat we in een voortdurende strijd leven, omdat dat geweld vroeg of laat naar buiten zal komen aangezien de oorzaak voor dat geweld in de illusie schuilt. Die illusie bestaat, daarom komt de haat, en ik zeg, ik zou zelf niet moeten haten, ik gebruik mijn wil om de haat onder controle te houden en ik slaag erin de haat niet naar buiten toe te tonen, maar morgen borrelt zij weer op, omdat de oorzaken niet weggenomen zijn. Zo wordt het leven dus een slagveld. Je worstelt voortdurend met jezelf. Een deel van jou reageert, een ander deel zegt, ik zou niet zo moeten reageren, en vecht ertegen. En dat is niet een religieus leven, leven in een voortdurende strijd met jezelf. Dat op zich verwoest de gemoedsrust. Daarom leerde Krishnamurti: Schep niet het tegenovergestelde als deugd en probeer dat in praktijk te brengen. Je schept daarmee alleen maar conflict. Ontdek de oorzaak van haat en elimineer die haat. Zeg niet, er is haat, maar ik moet liefhebben. Dan zul je hypocriet zijn. Dan zul je naar buiten toe proberen iemand lief te hebben, terwijl je in feite geen liefde voelt. Dat is wat er meestal gebeurt wanneer je een deugd rechtstreeks in praktijk probeert te brengen. Maar als je dat wat er is accepteert en ernaar kijkt, en zegt, waar komt die haat binnenin mij vandaan? Er is iets wat het veroorzaakt en dat moet weggenomen worden. Als er luiheid is, moet je ontdekken wat die luiheid veroorzaakt. Als dat wat het veroorzaakt weggenomen is, zal ook de luiheid ophouden. Dat is een heel pragmatische, praktische, wetenschappelijke benadering om het probleem te benaderen. Wanneer ik de oorzaak elimineer, dan zal het symptoom verdwijnen. Anders ben ik slechts bezig de symptomen onder controle te houden. En hij waarschuwde tegen dit bezig zijn met te proberen om geleidelijk aan deugdzaam te worden. Deugd is niet iets wat je geleidelijk aan in jezelf kunt creëren door oefening. Het is een bijproduct van het jezelf begrijpen, omdat door jezelf te begrijpen en jezelf te bevrijden van illusies, je wijsheid verwerft.
Wijsheid heeft te maken met de manier waarop je met mensen in relatie staat, met de wijze waarop je het leven beschouwt, met de wijze waarop je je werk benadert. Alles verandert, en omdat het verandert, omdat je bewustzijn nu veranderd is, daarom vallen de problemen weg, die immers gecreëerd werden door de wijze waarop je het leven benaderde. En dat is wat zelf-kennis is. Dus de religieuze zoektocht kan ook beschouwd worden als de zoektocht om te leren hoe je op de juiste wijze gebruik kunt maken van al deze vermogens van het denken en van de verbeelding en zo verder, die we in de loop van de evolutie hebben verworven. Uiteindelijk zou het toch mogelijk moeten zijn, als er overal orde heerst in het universum, om ook orde te verkrijgen in het bewustzijn. De vraag waar het eigenlijk om gaat is, ik wil voor mezelf ontdekken wat het betekent te leven met een bewustzijn dat in harmonie is met de cosmische orde om ons heen. Nu is het niet in harmonie. Het veroorzaakt onenigheid, daarom is er wanorde, conflict. Het is mogelijk te leven zonder een enkel conflict. Dat is wat Krishnamurti heeft duidelijk gemaakt. We moeten dit niet accepteren, maar het als een vraag opvatten en zelf ontdekken. Als je een einde kunt maken aan een conflict, dan kun je ook een einde maken aan alle conflicten. Als je een einde kunt maken aan een illusie, dan kun je ook een einde maken aan alle illusies. Als je een gewoonte kunt doorbreken, dan kun je van alle gewoonten ontdoen. De mogelijkheid is binnenin ons aanwezig, maar we geven het op, omdat we zeggen, ik ben met dit beetje al tevreden, ik wil niet alles doen. We moeten doorgaan met dit te onderzoeken en niet opgeven. Niet jezelf met een bepaald niveau tevreden stellen, of met een bepaalde uitdrukkingsvorm, of zeggen, het is onmogelijk. Als je dat doet, dan blokkeert dat je. Dus hij zei, leg jezelf geen beperkingen op. Begin vanuit waar je nu bent, benader jezelf op een eenvoudige wijze, kijk, observeer, leer over jezelf. Ontdek al die oorzaken van onenigheid. Aangezien de oorzaak in illusie schuilt, kan aan die illusie daarom ook een einde gemaakt worden door waar te nemen wat waar is en wat onwaar is. Wanneer er een einde komt aan de illusie, dan is er orde. Je kunt geen orde opleggen aan een bewustzijn vol onenigheid. En dat is de kunst van het leren. De kunst van het leren is niet een gevecht met jezelf aangaan. Het is jezelf zijn, volkomen eerlijk zijn, kijken en leven met deze vragen. Vraag: waar komt die onenigheid in mijn bewustzijn vandaan? Ergens ben ik bezig aan te nemen dat iets waar is, of verschrikkelijk belangrijk, wat niet het geval is. En dus komt uit die illusie het conflict, de wanorde, te voorschijn. Als ik de waarheid ontdek zal daar een einde aan komen zonder enige inspanning van de wil. Dat is de schoonheid van deze vorm van leren.