Serie lezingen gehouden door professor P. Krishna op het ITC in Naarden, in maart 2005
T772
P. Krishna
VERKENNINGEN MET BETREKKING TOT DE LERINGEN VAN J. KRISHNAMURTI
Lezing 5: Juiste Opvoeding
In de afgelopen lezingen zijn we zo diep mogelijk ingegaan op een aantal fundamentele vragen met betrekking tot onze persoonlijke problemen en de problemen in de samenleving. In het licht van wat we begrepen hebben uit deze onderzoekingen zou ik in deze lezing de vraag naar voren willen brengen van wat onze verantwoordelijkheid is op het gebied van de opvoeding. Ik zeg verantwoordelijkheid, omdat de oudere generatie verantwoordelijk is voor de jongere, voor wat wij hen helpen te worden, voor wat voor soort mens wij bezig zijn te maken. En dat zal op zijn beurt bepalend zijn voor het soort maatschappij dat we zullen krijgen, want dat is wat we stelden, n.l. dat de kenmerken van het individu de wezenlijke kenmerken van onze maatschappij zullen bepalen. Dus moeten we eerst vragen, wat is onze visie op opvoeding? Wat voor soort denken willen wij scheppen? Wat voor soort mens zou een diepe transformatie tot stand kunnen brengen in de maatschappij, zodat die niet langer al die problemen heeft waarover we spraken? Misschien zij we niet in staat om zo’n mens niet door opvoeding te creëren, maar we kunnen het op zijn minst proberen, als onze visie helder genoeg is. Maar als je visie zelf verkeerd is, dan kun je een hoop energie spenderen en denken dat je erg hard werkt en vooruitgang boekt, maar dat is dan misschien allemaal een illusie omdat de visie zelf fragmentarisch, onvolledig is. Opnieuw zijn er twee manieren om dit onderzoek te doen. Ofwel we gaan naar experts en lezen wat zij gezegd hebben, en welke systemen zij aangeraden hebben. Zo kun je lezen wat Maria Montessori gezegd heeft, wat Rudolf Steiner gezegd heeft, wat Jean-Jacques Rousseau gezegd heeft, en vervolgens kijken naar de systemen die zij voorgesteld hebben en daaruit een eigen keuze maken. In dat geval stellen we ons weer afhankelijk op van de visie van de expert. Maar als we ook graag voor onszelf willen leren en ons niet alleen een systeem willen eigen maken, dan moeten we niet afhankelijk zijn van de experts. Omdat geen enkel systeem het probleem werkelijk oplost. In diepere zin komen de problemen niet voort uit een niet efficiënt werkend systeem. Zij komen voort uit het feit dat het denken dat zo’n systeem gebruikt niet over voldoende wijsheid beschikt.
En dat is het soort leren waarvoor we hier zijn. Het soort leren dat een zoeken naar waarheid is, zoals we zeiden, en dat een einde maakt aan illusie. Groeien in wijsheid berust op het begrijpen van jezelf en van je leven.
Laten we ons dus niet tot de experts wenden, maar het probleem heel eenvoudig, nederig benaderen, gewoon door vragen te stellen, te observeren en te leren van onze eigen waarnemingen en ook door in elk stadium te twijfelen aan onze conclusies. Een benadering die we in de afgelopen lezingen ook gebruikt hebben en die we van Krishnamurti geleerd hebben om welk onderwerp of welke vraag ook diep te begrijpen. Laten we dat ook doen met deze vraag over opvoeding.
Allereerst moeten we naar ons huidig opvoedingssysteem kijken. Waarvan gaat het uit? Je hoeft de uitgangspunten niet te accepteren of te verwerpen, je moet je er alleen van bewust zijn. Laten we ons vervolgens afvragen of ze valide zijn. Tenslotte creëren we via een opvoedingssysteem nu bepaalde typen mensen. En het soort mensen dat we creëren is op zijn beurt bepalend voor wat er gebeurt in onze maatschappij. Als ik dus eenmaal begrepen heb wat de relatie is tussen het individu en de samenleving, dan kan ik leren wat de problemen zijn in de maatschappij, wat de verworvenheden zijn van onze maatschappij, wat het individu van vandaag mist, en waarin hij groots is. Als we er dus zo naar kijken en globaal ook naar de samenleving, zoals die was aan het begin van de twintigste eeuw, dan constateren we dat de mensen in die tijd geconfronteerd werden met heel veel problemen. Het waren misschien niet dezelfde problemen waarmee wij nu te kampen hebben, maar het waren enorme problemen. We hadden geweldige epidemieën, we hadden weinig bescherming tegen natuurlijke rampen, we kenden hongersnoden en we leefden in voortdurende angst voor al deze dingen. We hadden ook allerlei soorten bijgeloof die angst aanjagend waren. Alle sociale veranderingen die we in de afgelopen 100 jaar gezien hebben, kunnen worden toegeschreven aan het opvoedingssysteem en de daarmee samenhangende explosie van kennis en deskundigheid op ieder terrein van ons leven. Je kunt dus duidelijk het verband zien tussen opvoeding en sociale verandering.
We zeiden in een vorige lezing dat opvoeding de motor is voor sociale verandering, omdat je het individu verandert en daarmee verandert ook de maatschappij en het individu wordt geschapen in het opvoedingsproces. Ik gebruik hier het woord opvoeding in een wat ruimere betekenis van het grootbrengen van de jongere generatie. Het is niet slechts wat we onderwijzen in de school, dat is te beperkt, dat is niet meer dan het geven van informatie of kennis. Maar ik gebruik het woord in de betekenis van het grootbrengen van het kind, waarbij dus de ouders, de familie ook leraren zijn. De media, de televisie en de kranten en tijdschriften en boeken die het kind leest voeden hem ook op. Ik betrek hierbij alles wat bijdraagt aan de vorming van het denken van het individu. Er is een gezegde dat stelt dat er een heel dorp nodig is om een kind op te voeden, niet alleen maar een leraar of een ouder.
Door ons opvoedingssysteem hebben we deskundigen voortgebracht op elk terrein. Dus als je een probleem hebt, dan bel je de desbetreffende deskundige op, die je vertelt hoe je het moet oplossen of hij doet het voor jou. Jij maakt gebruik van zijn diensten, en hij lost het probleem op. Dit alles heeft de manier waarop wij leven totaal veranderd, tenminste ogenschijnlijk. De verandering die zich in de afgelopen 100 jaar heeft voorgedaan in de manier waarop we leven is meer dan wat er in de 1000 jaar ervoor aan veranderingen heeft plaatsgevonden. Dus je kunt het verband zien tussen opvoeding en sociale verandering. En het is niet zo dat ons huidige opvoedingssysteem niet iets goeds heeft voortgebracht. We beschikken allemaal over deze deskundigheid en zijn daaraan gewend geraakt, we accepteren het. Maar toen die er niet was, hadden we gigantische problemen. Daarmee kunnen we ook nu nog geconfronteerd worden in sommige landen die om allerlei historische redenen zijn achtergebleven, maar we weten tenminste hoe we die problemen kunnen oplossen en we kunnen de mensen helpen ze op te lossen. Het is niet vanwege gebrek aan kennis of deskundigheid dat hun situatie zo is.
Dit is allemaal goed en wel maar de vraag die we moeten stellen is: wat zijn de problemen waarmee we in onze tijd geconfronteerd worden? En zullen deze problemen opgelost worden door eenzelfde soort opvoeding? Waarom hebben we deze problemen wanneer we zoveel deskundigheid en zoveel kennis vergaard hebben? Zullen nog meer deskundigheid, betere vliegtuigen, betere computers, verdere vooruitgang in dezelfde richting waarin we vooruitgegaan zijn, deze problemen oplossen? Laten we daar dus maar eens naar kijken. We stelden dat een van de grootste problemen in onze samenleving het feit is dat mensen verdeeld zijn in groepen en deze groepen wedijveren met elkaar en beschouwen elkaar als rivalen, zij zijn van elkaar afgescheiden. Het zijn nationale groepen, religieuze groepen, taalgroepen, enzovoort, en ieder mens behoort tot een bepaalde groep, werkt voor het welzijn van zijn eigen groep maar staat ietwat onverschillig ten opzichte van andere groepen. Hij heeft niet hetzelfde gevoel voor andere groepen. En deze verdeeldheid tussen groepen is een grote bron van geweld geworden, die uiteindelijk culmineert in oorlog en overheersing, zowel militaire als economische uitbuiting. Het is de oorsprong van al deze problemen van terrorisme, oproer en oorlogen. Een enorme hoeveelheid wanorde die we heden ten dage zien vindt zijn oorsprong in die verdeeldheid. Dus één vraag is: waarom hebben we al deze verdeeldheid hoewel we toch zoveel kennis en deskundigheid verworven hebben? Deze verdeeldheid was er 1000 jaar geleden ook en nu hebben we haar nog steeds. Misschien kan zij zich in een ietwat andere gedaante voordoen, vroeger ging het misschien meer om stammen, terwijl het nu om landen gaat, enzovoort, maar in wezen is het probleem van verdeeldheid er nog steeds.
Blijkbaar lost de opvoeding die wij geven, de kennis die wij vergaren, dit probleem niet op. Zal het verwerven van nog meer kennis, meer vooruitgang in dezelfde richting, dit probleem oplossen? Dit is een vraag die we onszelf moeten stellen. Zoniet, op wat voor wijze moet er verandering aangebracht worden in de opvoeding? Omdat je door opvoeding sociale verandering teweeg kunt brengen en de problemen van de maatschappij kunt oplossen, moeten we dus vragen, wat is de juiste soort opvoeding die de problemen zal oplossen waarmee we vandaag de dag geconfronteerd worden? Een ander stel grote problemen waarover we iedere dag in de kranten lezen zijn de ecologische rampen, de vervuiling, het steeds dunner worden van de ozonlaag, het nucleaire afval, de ontbossing, de landerosie, het feit dat we over zoveel chemicaliën en pesticiden beschikken die ons lichaam langzaam vergiftigt, waarvan we ons allemaal bewust geworden zijn. Dit zijn problemen die veroorzaakt zijn juist door de vooruitgang die we bereikt hebben door middel van opvoeding. We hebben dus misschien een aantal problemen opgelost, maar we hebben tevens enorme problemen gecreëerd en in sommige landen wordt het zelfs moeilijk om adem te halen omdat hele steden als het ware gaskamers geworden zijn. In Delhi had, geloof ik, een paar jaar geleden één op de vijf mensen astma. Zover moest het komen voordat men daar wakker werd en zei, we moeten hier iets aan doen, we kunnen niet doorgaan met de lucht nog verder te vervuilen. Hetzelfde geldt voor onze wateren, onze rivieren, enzovoort; om nog maar te zwijgen van de mentale vervuiling – dat is nog weer een ander probleem: al dat geweld waaraan een kind mentaal blootgesteld wordt door televisie en andere media, wat op zijn beurt te maken heeft met de vercommercialisering en al dat soort zaken.
In wezen zul je zien, wanneer je diep graaft naar de oorzaken, dat er een verandering heeft plaatsgevonden in het denken van de mensheid. We plachten te leven als een deel van de natuur, net zoals alle andere dieren en soorten dat doen. Zo leefden onze voorouders. Zij hadden een gevoel van aanbidding, een gevoel van eerbied, voor rivieren, voor bergen, voor bomen, voor de zonsopgang, enzovoort.
Maar door de industriële ontwikkeling en door de ontwikkeling van wetenschap en technologie is onze houding ten opzichten van de natuur veranderd. We begonnen het gevoel te krijgen dat we meester zijn over de natuur, dat we de natuur kunnen gebruiken als een hulpbron voor de vergroting van onze welvaart, ons comfort, ons gemak, en de natuur werd een grote bron voor de economische ontwikkeling. Door de industrialisatie kwam er dus verandering in die gedachtegang. En al deze ecologische problemen die op ons afkomen zijn een gevolg van die veranderde manier van over de natuur denken, waarin niet langer iedereen als vriend beschouwt wordt en de natuur niet liefdevol benaderd wordt, maar met een oog dat zegt, kunnen we haar gebruiken voor irrigatie, kan ik hieruit elektriciteit halen, hoe kan ik hiervan profiteren? Zo kijken we nu naar dieren, bossen, planten, we kijken naar alles vanuit het oogpunt van winstbejag. Die houding is een egotistische houding. Dus onze relatie met de natuur is egotistisch geworden. Dat was zij voorheen niet. De mens was een vriend van de natuur, een deel van de natuur. Nu verstoren we het geweldige evenwicht dat er in de natuur bestaat, en deze problemen komen daaruit voort. Het zijn door de mens geschapen problemen, die voortkomen uit deze veranderde kijk op de natuur. Als we dat inzien, hoe gaan we dan verandering aanbrengen in deze kijk? Kunnen we een mens scheppen die respect zou hebben voor de natuur, die zich eerder een deel van de natuur zou voelen dan een meester over de natuur, en de natuur niet zou behandelen als een hulpbron waaruit hij vrijelijk kan putten? Als dat nodig is, dan moet de opvoeding zich met deze vraag bezighouden en niet zo’n manier van denken creëren waarin de natuur uitsluitend beschouwd wordt als een vrij te gebruiken hulpbron.
Ten derde is er een stel problemen die te wijten zijn aan het feit dat een aantal regeringen overal ter wereld nog steeds dictaturen zijn, of het nu communistische of militaire dictaturen betreft of slecht een paar individuen die macht uitoefenen over alle anderen. De reden waarom dat een gevaar vormt is dat onze ervaring heeft aangetoond dat de grootste misdaden gepleegd werden door dictatoriale regimes. De grootste misdaden van de twintigste eeuw waren de holocaust in Duitsland, dat onder dictatoriaal bewind stond, en in Rusland onder Stalin, wat veel later ontdekt werd. De wreedheden en de moorden die daar door de staat gepleegd werden waren waarschijnlijk nog erger dan wat Hitler gedaan had, omdat in een dictatuur elke vorm van informatie onderdrukt wordt. Je weet zelfs niet wat er precies aan de hand is. We weten ook niet precies wat er in China speelt, we weten alleen datgene wat officieel naar buiten wordt gebracht, en de pers wordt gecensureerd. In zoveel Afrikaanse landen waar dictators aan de macht zijn, werden en worden gruwelijke wreedheden begaan. Nu is dictatorschap niet alleen een probleem wanneer het staatshoofd een dictator is. Dictatorschap is een manier van denken die macht exploiteert om anderen te overheersen, en ze uit te buiten. Het is een probleem wanneer het hoofd van het gezin een dictator is, het is een probleem wanneer het hoofd van een bedrijf een dictator is. Dictatorschap zelf is een probleem. Elke vorm van dominantie is slecht. Het probleem is veel omvangrijker wanneer je een hele regering hebt die dictatoriaal is. Maar wanneer je er dieper naar kijkt, dan zul je zien dat het allemaal voortkomt uit een dictatoriale manier van denken. En die manier van denken is een probleem waar zij zich ook voordoet. De overheersing van de vrouw door de man is ook een vorm van dictatuur. De overheersing van de zwakke door de sterkere. Het is hetzelfde probleem, of het zich nu op nationale schaal voordoet of binnen het gezin of in een persoonlijke relatie. Als we dus die manier van denken niet kunnen veranderen, dan zullen we deze problemen blijven houden. Je kunt je met politieke middelen ontdoen van dictatorschap in regeringen, enzovoort, en dat hebben we ook gedaan; de koningen zijn verdwenen. Maar de uitbuiting gaat door op andere manieren: economische uitbuiting, economische kolonisatie gaat nog steeds door, ook al is militaire kolonisatie misschien verdwenen. Zij neemt dus alleen maar een andere vorm aan. We moeten dus door middel van opvoeding een verandering in de manier van denken tot stand brengen, en een denken creëren dat democratisch is. In de vorige lezing hebben wij besproken wat in wezen een democratische geest is, een geest van nederigheid, van wederzijds respect, van niet willen dat alleen mijn wil maar geschiedt, waarbij je wel het recht hebt om je mening te geven, maar niet het recht om die mening ook aan anderen op te leggen. Dat moet allemaal begrepen worden en zo’n geest moet er in feite aanwezig zijn. Kweken wij thans deze geest van samenwerking, van nederigheid, in onze opvoeding? Zoniet, welke garantie hebben we dan dat we niet nog meer Hitlers en nog meer Stalins zullen produceren? Immers, wanneer je een denken creëert dat er in wezen alleen maar op uit is om macht te verkrijgen om daarmee anderen te kunnen overheersen, dan creëer je vormen van dictatoriaal denken, hoogontwikkelde maar dictatoriale vormen van denken. Dus dat is iets waar we ons zorgen over zouden moeten maken. Uiteindelijk ging de dictator natuurlijk ook naar een of nadere school, kreeg een of andere opvoeding, maar als zich in zijn denken dat dictatoriale element niet had ontwikkeld, dan hadden we ook geen dictator gekregen. Het huidige opvoedingssysteem heeft zich niet met dat probleem beziggehouden. Het heeft zich alleen met de uiterlijke problemen beziggehouden. En dat was ook nodig. Maar die problemen hebben we nu opgelost. De problemen waar ik het nu over heb, gaan niet weg met meer onderzoek en meer wetenschappelijke vooruitgang en meer technologische ontwikkeling.
Een ander stel problemen dat ik zie in de samenleving heeft te maken met de afbraak van het gezin. Dat is een probleem dat zich meer voordoet in het zogenaamd ontwikkelde deel van de wereld. Het scheidingspercentage ligt in veel landen boven de 50%. Nu kun je zeggen, wat is daar dan mis mee? Als mensen niet happy zijn met elkaar, dan zouden ze moeten scheiden en met iemand anders moeten trouwen of op een andere wijze zó leven dat ze gelukkig zijn. Voor wat de volwassenen betreft is dat okay. Maar je moet dieper kijken en zien, waarom stelden wij als mensheid het huwelijk en het gezin als systeem in? Er was een reden voor. En als je die verantwoordelijkheid kunt blijven vervullen waarvoor dat systeem gemaakt werd, dan kun je best je gang gaan en het systeem veranderen en vervangen door een ander systeem. Maar als je het alleen maar in een opwelling verandert, omdat je het niet leuk meer vindt, wat gebeurt er dan met de verantwoordelijkheid? Daar moeten we dus naar kijken. Er bestaat geen huwelijk in de dierenwereld. Dus het is een instelling die door de mens in het leven geroepen is. Het gezin is een door de mensen gemaakte instelling, die met name gecreëerd werd omdat een mensenkind buitengewoon afhankelijk is, niet gedurende twee of drie maanden zoals het jong van een hond of kat, maar gedurende twintig jaar. Het moet twintig jaar lang begeleid worden, niet alleen qua fysieke ontwikkeling, maar ook wat betreft de ontwikkeling van zijn bewustzijn, en pas na twintig jaar kan die persoon als een onafhankelijk mens in de maatschappij functioneren. Hij heeft dus steun nodig, hij moet opgevoed worden enzovoort, iemand moet voor hem zorgen en in die behoeften voorzien. En niemand heeft, volgens mij, tot nu toe een betere manier bedacht om zich van die verantwoordelijkheid te kwijten dan dat de ouders, die dat kind geschapen hebben, een gezin vormen, bij elkaar blijven en de verantwoordelijkheid op zich nemen om dat kind groot te brengen totdat het een jaar of twintig is.
Als nu dus de samenwerking tussen man en vrouw niet meer lukt en ze kunnen niet langer samen leven, samen werken, ze kunnen geen vrienden meer blijven, dan gaan ze uit elkaar. Maar wat gebeurt er met de kinderen? Het zijn de kinderen die hierdoor getroffen worden. Je constateert dus dat in die landen het geweld toeneemt. Jeugdmisdaad neemt toe, omdat wanneer een kind zonder liefde opgroeit, het hem onmogelijk wordt liefde te voelen. Dat is dus een enorm probleem. En ook hier is het een probleem van het ego, het is het probleem van het niet in staat zijn met elkaar bevriend te blijven, wat betekent dat verschillen een rol gaan spelen, dat er verveling gaat optreden en dat we met elkaar strijden in plaats van in vreugde te leven. Dus het onvermogen om in samenwerking te leven, samen te werken, vrienden te blijven is de diepste oorzaak van echtscheiding.
Hoe moeten we dat nu aanpakken? De oude methode was ook niet goed. De man was superieur en de vrouw had maar te gehoorzamen, er was dus heel wat overheersing. Het gezin bleef bij elkaar, maar dat was een onterechte regeling. We willen dus niet terug naar dat oude systeem, dat ook slecht was, omdat daarin sprake was van overheersing. Maar als we dat aan de kant schuiven, dan moeten we nu aan de nieuwe situatie het hoofd bieden. We moeten leren vrienden te blijven als gelijken. Het is waar dat je allebei gelijk bent. Dus dat kunnen we leren en zal onze opvoeding ons leren dat te doen? Heeft zij zich als taak gesteld ons dat te leren? Of zeggen we alleen maar, ik zal je taal leren, ik zal je wiskunde leren, ik zal je leren zwemmen, ik zal je spelletjes leren spelen en ik zal een heel handig mens van je maken, maar dit is mijn taak niet. Dat is de beperktheid van de visie op opvoeding in onze tijd; dat zij zegt, ik houd me er alleen mee bezig dit jong mens vaardigheden bij te brengen, taal, literatuur, enzovoort, maar het is zijn eigen probleem of hij gelukkig wordt of niet, of hij creatief werkt of niet. Dat is een zeer beperkte visie op opvoeding.
Opvoeding is als het ware een, door de staat gerunde, fabriek geworden voor economische ontwikkeling. Het kind is de grondstof, die je er aan de ene kant van de fabriek in stopt en na twintig jaar krijg je die computerexpert en die arts en die kunstenaar om je bruggen te ontwerpen en je ziekenhuizen te runnen en de communicatieprogramma’s te maken. In wezen ben je bezig om een fabriek op grote schaal te runnen. Je zet het kind hier neer en je hele aandacht is erop gericht om een expert op te leveren die op zijn beurt wat werk voor ons zal verrichten in de maatschappij en bepaalde soorten problemen zal oplossen. Maar of hij al dan niet gelukkig zal zijn, of hij in een goede samenwerking zal werken of niet, daar houden wij ons bij de opvoeding niet mee bezig. Daardoor wordt de visie erg beperkt.
En, last but not least, het is een groot probleem dat er een enorme inertie is in de maatschappij. De maatschappij is bezig zich overal te herhalen. Zij heeft een enorme vaart en kan daardoor niet gemakkelijk haar koers wijzigen. Als er een verdeeldheid is tussen arabieren en joden en zij haten elkaar, dan geven de arabieren hun haat aan hun kinderen door, vertellen hun, de joden zijn jullie vijanden. De joden doen hetzelfde met hun kinderen. En dan sterven de mensen van de oudere generatie, en hun vooroordelen en hun verdeeldheid wordt overgedragen op de jongere generatie. Die jongere generatie groeit op met deze reeds bestaande, als het ware ingebouwde, vijandschap. Dus in zekere zin draag ik het gif en de illusies van mijn denken over op mijn kinderen en zij worden erdoor geïnfecteerd, zij groeien ermee op en daardoor houdt dat die verdeeldheid in stand. Zo is het ook met oorlogen. Zo is het ook met het kastensysteem in India. Het werd 5000 jaar geleden ingevoerd, en de regering probeert er op alle mogelijke manieren een einde aan te maken, maar er komt geen einde aan omdat het gewoon doorgegeven wordt, als een infectie van het denken, van vader op zoon op kleinzoon, enzovoort. Er is dus een enorme inertie in de maatschappij. Daarom is de Amerikaanse samenleving Amerikaans, en de Indiase is Indiaas en dat blijft gewoon zo.
Toen Krishnaji dus zei, de toekomst is nu, dan slaat dat ook op samenlevingen. Er was een kastensysteem in India, er is nu nog een kastensysteem en ook in de toekomst zal het er zijn. Hoe zal daar verandering in komen? Als je je alleen maar conformeert, dan onderzoek je niet, dan accepteer je alles wat de voorgaande generatie zegt, je wordt op dezelfde wijze geconditioneerd als indertijd je vader. En dat is wat er met ons gebeurt. We blijven hindoes, we blijven christenen, zo blijven we tot het einde der tijden toe geconditioneerd. En daardoor blijft een eventuele verdeeldheid, die vanuit die conditionering ontstaat, ook voor eeuwig bestaan. Daarom is het probleem van oorlogen al 5000jaar blijven bestaan. Dat hebben we allemaal al besproken. De vraag is, hoe zal dat probleem opgelost worden? De huidige opvoeding is helemaal niet op dat probleem gericht. Als zij dat wel zou doen, dan zou dat op de een of andere manier zichtbaar geworden moeten zijn. Maar zij heeft dat probleem helemaal niet opgelost. Dus blijft er verdeeldheid bestaan op basis van cultuur, op basis van taal, op basis van waarmee je in aanraking komt, omdat dat van mij wordt en ik ben afgescheiden van de ander. Kan opvoeding dan een onderzoekend denken scheppen? Niet een conformerend denken, niet een denken dat alleen maar gehoorzaamt, accepteert en denkt dat gehoorzaamheid respect betekent. Gehoorzaamheid heeft niets met respect te maken.
Dus al deze problemen hebben we nog steeds. Ik beschrijf slechts feitelijk de toestand van onze maatschappij. Zij zijn er nog steeds ondanks ons opvoedingssysteem en ondanks alles wat we door middel daarvan bereikt hebben, wat niet onbeduidend is. Ik ben me echt wel bewust van wat we bereikt hebben, en ik zeg niet dat we niet dankbaar zouden moeten zijn voor al die dingen die we bereikt hebben. Maar het is niet slim om op je lauweren te gaan rusten wanneer je geconfronteerd wordt met deze problemen. Hoe zal het opvoedingssysteem dat we ingesteld hebben deze problemen gaan oplossen? De andere problemen hebben we opgelost. Maar dit zijn de problemen waarmee we geconfronteerd worden aan het begin van de 21e eeuw, dit zijn de problemen waarvoor we nu staan. Zou de opvoeding zich niet nu over deze problemen moeten buigen, omdat het de brandende problemen zijn van de dag van vandaag? Het lijkt mij dat we in de opvoeding aan dezelfde inertie lijden: dat heb ik geleerd, dat weet ik, dus dat is wat ik zal onderwijzen. En ik houd dezelfde denkwijze in stand, wat betekent dat die scheefgegroeide ontwikkeling van de mens ook in stand wordt gehouden. Enorm veel kennis en ervaring op een bepaald gebied, en volledige onwetendheid wat betreft het begrijpen van onszelf en onze relaties. En dat is de reden waarom we met al deze problemen geconfronteerd worden in de samenleving. Dus het soort individu dat we gecreëerd hebben is bepalend voor de problemen waarmee we te kampen hebben en als we niet bereid zijn daarin verandering te brengen, dan zullen we deze problemen blijven houden.
Daarom moeten we deze fundamentele vraag stellen of we gewoon maar door moeten gaan met de opvoeding zoals die nu nog steeds is, of dat we een andere richting in moeten slaan, onze visie op opvoeding radicaal moeten veranderen want die visie voldoet niet. Als je een rector van een middelbare school of een rector magnificus vraagt, wat is uw doelstelling, wat zou u een succesvolle opvoeding noemen, dan vermoed ik dat hij zou zeggen: “Als ik een briljante geest kan leveren, die een expert is op zijn eigen gebied, die hard werkt, gedisciplineerd is en hopelijk aan andere mensen op zijn vakgebied leiding kan geven, dan zal ik me trots voelen dat ik zo iemand afgeleverd heb via mijn middelbare school of via mijn universiteit.” Dat klinkt aardig, nietwaar? Maar Hitler beschikte over al deze kwaliteiten. Hij was een hard-werkende, gedisciplineerde, in zijn werk efficiënte man en een leider van mensen. Dat is dus niet genoeg. Als er geen liefde en mededogen bij komt, dan gaat het helemaal verkeerd. En wat is er in ons huidige opvoedingssysteem aanwezig dat ons de garantie biedt dat er liefde en mededogen in de mens aanwezig zal zijn. Er is dus sprake van een geweldige scheefgroei. En we hebben gezien welke gevolgen dat heeft. Een van de grootste misdaden van de vorige eeuw werd bedreven in Duitsland. Duitsland was het meest ontwikkelde, erudiete land, met een schitterende literatuur, met schitterende kunst, hoogontwikkeld op het gebied van de wetenschap, kortom het beschikte over de beste kwaliteiten die wij ook nog vandaag de dag in onze opvoeding proberen te bereiken. En toch vond de grootste misdaad van de eeuw er plaats! Zouden we daar niet iets uit moeten leren? Zouden we niet van ons verleden moeten leren, van de ervaring dat dit soort opvoeding, dit soort training, dit soort vorming geen barrière vormt voor barbaarsheid.
Weet je, we hebben deze twee begrippen, het begrip duivel en het begrip God. Het zijn beide begrippen. De één de personificatie van het kwade en de ander de verpersoonlijking van het goede. Het verschil tussen deze beiden zit hem niet in macht. God is oneindig machtig en de duivel is ook oneindig machtig. Het enige verschil is dat God liefde en mededogen heeft, en de duivel niet. Wat is er dan in onze opvoeding dat ervoor zorgt dat je geen kleine duivels produceert en, wanneer dat lukt, uiteindelijk grote duivels voortbrengt. Het is maar goed dat we niet succesvoller zijn in onze opvoeding! Dus we moeten ons met zoveel wezenlijke vragen, fundamentele vragen bezig houden over onze opvoedingssystemen. Krishnaji placht te zeggen, “Meneer, uw huis staat in brand en u speelt spelletjes --- ik wil dit doen, ik wil dat doen. Uw huis staat in brand en de tragedie is dat u er zich niet van bewust bent.” Weet je, wij lachen om Nero. De Romeinse keizer is door de geschiedenis tot een belachelijk iemand gemaakt omdat hij aan het fluiten was, terwijl Rome in brand stond. We lachten om hem; hij werd als een dwaas beschouwd. Maar ik vraag me af of we zoveel verschillen van Nero, omdat als onze maatschappij en ons leven in brand staan en wij gewoon doorgaan met amusement en spelen met macht --- of dat nu in de vorm van religie of sport of internet of TV of de huidige vorm van opvoeding is --- lijken we dan zelf ook niet op Nero? In een van mijn vorige lezingen maakte ik duidelijk dat we niet veel verschillen van een bedelaar en nu moet ik helaas ook stellen dat we niet zoveel anders zijn dan Nero. Dat bedoelde Krishnamurti waarschijnlijk, toen hij zei, “De ander ben jezelf”!
Wat is dan de juiste opvoeding in onze tijd? Je kunt die verandering niet tot stand brengen door alleen maar het systeem te veranderen, omdat je met mensen te maken hebt. Eerst moeten we een duidelijke visie voor ogen hebben. Wat willen we eigenlijk bereiken? Wat voor soort mens stellen we ons ten doel om te creëren? Dat zal dan bepalen hoe we onze hele opvoeding zullen opzetten. Als je alleen maar een fabriek wilt maken voor het produceren van experts, dan zul je het anders opzetten dan wanneer je zegt, ik ga een mens produceren die beschikt over een denken dat wetenschappelijk is en tegelijkertijd ook religieus is, want dan zul je het totaal anders aanpakken. Je lessen zullen anders zijn, je interactie zal anders zijn, je campus zal er anders uitzien; alles zal veranderen. Je zult kinderen in contact met de natuur willen grootbrengen, dus je wilt dat niet gewoon midden in een stad doen; alles zal helemaal anders worden. Maar als je visie zelf verkeerd is, dan kun je er een heleboel energie in steken, jezelf op de rug kloppen dat je heel succesvol bent geweest, maar je doet in feite niets anders dan die chaos en wanorde in stand houden. Je ziet dus, zonder wijsheid zal het altijd verkeerd gaan; het is vanuit wijsheid dat er een visie ontstaat, dat er liefde en mededogen ontstaat, dat er een meer holistische betrokkenheid bij het leven ontstaat. Er bestaat geen religieus denken zonder wijsheid. Deugd is een bijproduct van wijsheid --- deugd niet als een besluit om deugdzaam te zijn maar als orde in het bewustzijn, als een zijnstoestand.
Deze problemen zullen niet opgelost worden met ons huidige opvoedingssysteem. En daarom is het huidige opvoedingssysteem niet intelligent. Maar hoe zouden we het dan moeten veranderen? In onze afgelopen lezingen zijn wij erop in gegaan dat de eigenlijke oorzaak van al deze problemen in het ego ligt; wij produceren mensen die egotistisch zijn. Zij kunnen een heleboel kennis van zaken hebben, veel capaciteiten hebben, enzovoort, maar in wezen zijn het egotistische mensen. Daar komen al onze problemen uit voort. Op het produceren van wat voor soort mensen zouden we ons dus moeten richten? Ik kijk alleen naar de visie, ik kijk er niet naar of het gemakkelijk te realiseren is of moeilijk. Daarover zullen we het later hebben, als er nog tijd voor is. Nu constateren we slechts dat de huidige visie verkeerd is.
Wat voor nieuwe visie zouden we kunnen voorstellen die in staat is de geschetste problemen op te lossen? Ik zou willen voorstellen dat we in die nieuwe visie, door middel van opvoeding, heel bewust enkele waarden proberen op te nemen, en dat we de juiste atmosfeer proberen te scheppen om die waarden tot hun recht te laten komen. Een kind opvoeden is niet simpelweg een kwestie van woorden. De sfeer in de school en thuis voeden een kind veel meer op dan alleen woorden, wat betekent dat het ook onze verantwoordelijkheid is om juist te leven. Als wij, als leraren, als ouderen, als ouders, niet zo leven, dan zal het kind, wanneer het opgroeit, ons nadoen en het leven op dezelfde manier benaderen als wij. We dragen dus een gigantische verantwoordelijkheid. Laat ik de basiselementen van de nieuwe visie die we in de opvoeding nodig hebben, opnoemen.
Schep een denken dat wereldomvattend is, dat niet nationalistisch is, niet alleen denkt in termen van ‘mijn land’. Thans creëren wie een nationalistisch denken, trots op zijn eigen cultuur enzovoort. Onderwijs je eigen cultuur maar leer ze ook over andere culturen in deze wereld, en vertel ze de waarheid, n.l. dat er allerlei verschillende culturen in deze wereld bestaan. Alle menselijke culturen zijn ons erfdeel, niet alleen maar die van mijzelf. Ik ben een mens op deze aarde en alles wat andere mensen ergens op aarde hebben gedaan behoort tot mijn cultuur. Dit komt heel dicht bij wat de Theosophical Society zegt, maar we hebben dat in de opvoeding niet in de praktijk gebracht. We hebben een provinciaal denken gecreëerd. We hebben niet een wereldomvattend denken gecreëerd, terwijl onze problemen vandaag de dag wel wereldomspannend zijn. Oorlog is een wereldomspannend probleem, de ecologische problemen zijn wereldomspannende problemen, economie is wereldomspannend. Je leeft niet langer in afzondering, je bent verbonden met alle anderen. Vanwege de wetenschap, de technologie en de vooruitgang, is de aarde gekrompen en de hele wereld is nu, letterlijk, één dorp. Je kunt met Amerikanen communiceren binnen net zoveel tijd als je communiceert met je buurman. Dus je leven is wereldomspannend geworden, maar het denken niet. Het denken is provinciaal gebleven. Dus we moeten ons erop richten een opvoeding te creëren die in staat is een wereldomspannend denken te produceren. Zij mag zich best ook bezig houden met de locale problemen, maar dat betekent niet dat het denken alleen maar locaal ontwikkeld moet worden. Het denken moet wereldomspannend zijn, ook al werkt het misschien aan de locale problemen.
Ten tweede zou opvoeding niet geformuleerd moeten worden met in het achterhoofd economische ontwikkeling, maar met een nadruk op menselijke ontwikkeling. Ik wil niet alleen dat het kind zijn kost moet gaan verdienen en zijn bijdrage gaat leveren aan de economie, maar hij moet opgroeien tot een gelukkig mens, tot een héél mens, die in staat is creatief en samen met anderen te werken. Die mens betekent iets voor me. De ontwikkeling van die hele mens is mijn zorg, niet alleen zijn economische ontwikkeling, wat betekent dat opvoeding niet een instrument moet zijn in handen van de staat, of anders moet de staat geregeerd worden door wijze mensen die begrijpen dat menselijke ontwikkeling belangrijker is dan economische ontwikkeling. Dit betekent tevens dat wij meer de nadruk moeten leggen op goedheid dan op efficiency. Een kind dat efficiënt kan werken wordt door ons naar voren geschoven, krijgt schouderklopjes van ons en wordt beloond. Als ik een mens niet egotistisch wil maken, dan moet ik in de opvoeding ook geen methoden gebruiken die het ego promoten. Zowel beloning als straf bevorderen het ego. We leren hem iets te doen voor een beloning, wat in wezen een benadering vanuit het ego is. Je zegt hem niet dat hij wiskunde moet doen om de schoonheid in de wiskunde te leren zien, maar je laat hem wiskunde doen om er een fiets voor te krijgen. Dus doet hij wiskunde om een fiets te krijgen en zo’n manier van leven is egotistisch. Leer iets te doen om het doen, omdat je er lol in hebt, liever dan omdat je er een beloning voor krijgt. Zo ook, wanneer je zegt, als je je niet gedraagt, dan krijg je straf, dan moet hij, om die pijn te vermijden, egotistisch zijn, hij moet net doen alsof, hij moet zich conformeren. Vrees bevordert het ego, daarom zou er geen vrees aanwezig moeten zijn in de opvoeding. Misschien kun je iemands angsten niet helemaal uitbannen, maar je hoeft er niet nog wat aan toe te voegen. Angst is een veel groter probleem in het leven. Zelfs als je het kind grootbrengt zonder angst, dan wil dat nog niet zeggen dat hij zonder angst zal zijn. Dan zul je, wanneer het kind opgroeit, je ermee bezig moeten houden hoe je hem helpt zelf-kennis te krijgen. Maar waarom zou ik eerst het ego promoten en het dan proberen er los van te komen? Dat is niet zinvol. Je moet beide verantwoordelijkheden accepteren. Ik wil het ego niet promoten. Dus geen beloning, geen straf, geen vergelijken. Wanneer je het ene kind met het andere vergelijkt, dan maak je hen beide kapot. Je leert ze om te wedijveren, om rivalen van elkaar te zijn, je promoot het ego. En angst doodt uiteraard elk eigen initiatief, doodt ieder zelf op zoek gaan, leidt tot oneerlijkheid --- allerlei slechte zaken komen eruit voort.
Maar als je alleen maar gericht bent op economische ontwikkeling, dan kunnen die slechte zaken je helemaal niets schelen. Je houdt je er niet mee bezig wat je met hem als mens aandoet. Dan zegt de wiskundeleraar, het is mijn werk om erop toe te zien dat hij zijn wiskunde goed maakt, hij doet mijn huiswerk goed en hij wordt een goede wiskundige, dus is het goed zo. Hij houdt zich er niet mee bezig wat deze bedreigingen voor de psyche van het kind betekenen, dat is zijn terrein niet. Dat probleem moeten de religieuze mensen en zijn ouders maar oplossen. Op zo’n manier wordt alles te beperkt en tegenstrijdig. Als je je bekommert om de mens, dan wordt opvoeding iets holistisch. Ik bekommer me om de gehele mens, niet alleen maar om zijn vermogen om in de maatschappij een of ander werk te doen.
We geven tegenwoordig onderricht in allerlei kunsten. Je hebt schilderkunst, muziek, dans, enzovoort. Maar hoe staat het met de kunst van het leven? Is dat niet ook een kunst? Zou opvoeding zich niet moeten bezighouden met de kunst van het leven zelf? Als ik me daarmee bezig houd, dan zal ik hem op de daarvoor geschikte leeftijd helpen, niet alleen om gevoelig te zijn voor de natuur en voor schoonheid, maar ook om de gevoeligheid te ontdekken die liefde is, die mededogen is. Ik moet hem zijn ego-problemen laten begrijpen. Ik moet hierover met hem discussiëren. Ik zal met hem praten over liefde en gehechtheid, over plezier en geluk, over verslaafdheid. Ik moet er op zijn minst voor zorgen dat de juiste vragen in zijn denken opkomen. Als leraar, als oudere, is dat onze verantwoordelijkheid, ook al kunnen we zelf de antwoorden niet geven. We hebben gezien dat je de antwoorden niet krijgt van iemand anders, maar je kunt hem de vraag aanreiken, hem aanmoedigen om op onderzoek uit te gaan, zoals we dat nu in de wetenschap doen. We zaaien zelfs de vraag niet in ons opvoedingssysteem. We richten de aandacht van het kind altijd op de uiterlijke problemen, terwijl de ware bron van moeilijkheden binnenin schuilt. Zijn aandacht wordt niet naar binnen geleid.
Maak geen verdeling in het uiterlijke en het innerlijke. Accepteer ze, net zoals je je twee handen accepteert. Er zitten twee kanten aan opvoeding. De ene is de wereld te begrijpen en over historische en geografische onderwerpen en dergelijke te leren. De andere is jezelf te begrijpen. Het ene is niet minder belangrijk dan het andere. Neem beide verantwoordelijkheden op je. Schep de vragen in het denken van de jongere. In onze vorige lezing zeiden we dat er in feite geen onderscheid is tussen wetenschappelijk denken en religieus denken. In beide gevallen gaat het om een onderzoekend denken. Het onderscheid komt voort uit een begrensde visie, uit een te beperkte benadering. Als we dat begrepen hebben, dan hoef ik alleen nog maar het onderzoekend denken aan te moedigen. Ik wil dat het kind onderzoekt wat verdriet is, wat geweld is, wat verdeeldheid is. Ik zeg niet dat dit onderzoek wel zou moeten worden gedaan en dat onderzoek niet. Ik wil alleen maar dat hij over de hele linie onderzoekt zowel op het gebied van de wetenschap als dat van de religie. In de wetenschap stimuleren we onderzoek nadrukkelijk. We leren de jongere niet zomaar iets op gezag aan te nemen. We leren hem dat er bewijs moet zijn en we laten hem daarmee oefenen. Maar in de religie denken we dat eenvoudigweg het lezen van het boek van een goeroe voldoende is! We zagen in onze vorige lezing dat het een moeilijkere zoektocht is dan het wetenschappelijke onderzoeken. Het is ook wezenlijker dan de wetenschappelijke zoektocht. Het doet er niet toe of je wel of niet wetenschappelijk onderricht krijgt, maar het doet er wel degelijk heel erg toe als je niet leert over je ego en wat dat doet met jou en met je leven. Deze kennis is veel belangrijker om te hebben. Moeilijker te verkrijgen, maar belangrijker. Dus moet de opvoeding zich met dit probleem bezig houden.
Of je slaagt of niet, daar gaat het niet om. Als dat nodig is, dan moeten we dat doen. Krishnaji zei dikwijls, “Meneer, u houdt niet van uw kinderen”! Omdat als we werkelijk van hem zouden houden en we zouden iets zien wat wezenlijk is voor hem, dan zouden we ervoor zorgen dat hij het krijgt. Ouders willen goed zijn voor hun kind, maar de ouders weten het zelf niet. En waarom weten wij het niet? Heeft je opvoeding er zich ooit om bekommerd je te leren wat goed ouderschap is? Is dat niet belangrijk? Ieder kind zal op een dag zelf een ouder zijn; zou hij niet moeten weten wat goed ouderschap inhoudt, wat mijn verantwoordelijkheid ten opzichte van mijn kinderen is? De opvoeding leert ons hier niets over. Ik weet niet hoe het overal op de wereld toegaat, maar overal waar ik ben geweest heb ik nooit gezien dat mensen via opvoeding geleerd werd wat het allemaal inhoudt om een ouder te zijn, en hoe je met je kind moet omgaan. Er wordt gewoon niet over gesproken. Misschien wordt het onderwezen als een specialisatie bij pedagogie of psychologie, maar het wordt niet aan iedereen geleerd. Maar iedereen wordt wel een ouder. Dus we weten niets omdat onze opvoeding zich er niet mee heeft beziggehouden. Zij reiken ons op dit gebied geen kennis aan, laat staan wijsheid.
Als een kind ouder wordt, een teenager, krijgt hij te maken met het probleem van seksualiteit, van verslaving, van hoe hij met plezier om moet gaan. En daarover moeten we met hem praten, niet als autoriteiten, niet als mensen die zelf het hele probleem opgelost hebben, want dat is niet zo. Maar we moeten een vriend zijn om het alleen al met hem te kunnen bespreken. Kunnen we samen begrijpen wat ego-problemen zijn? Spreek als een vriend, want het is jouw zorg. Dan leer je zelf en hij leert ook. Op dit gebied is het niet zo dat jij iets weet en hij niet, en dat je hem wel even zult instrueren. Zo is het niet. We delen dus dit onderzoeken. Als je een opvoedkundige instelling schept waarin dit onderzoeken ook voor de leraren een centrale plaats inneemt, dan zal het in de hele atmosfeer waarneembaar zijn. Net zoals, in een wetenschappelijk laboratorium, de wetenschap in de atmosfeer zit. Alles draagt eraan bij om je op te voeden. En net zo zal het kind, als dat is waarmee het denken zich bezig houdt, van nature deze onderzoekende denkhouding in zich opnemen.
Anders zorgen wij er zelf voor dat ons kind gehandicapt is --- doordat we geen deuren voor hem openen maar ze voor hem sluiten, door hun aandacht op andere dingen te vestigen. Dus het is allereerst noodzakelijk om helder te zijn wat betreft onze visie. En de visie moet zelf ontstaan zijn uit een heleboel observeren en wijsheid en een diep begrijpen van de zaken waar het om gaat. Dan kunnen we de vraag stellen hoe we ermee om moeten gaan. Ik ben bang dat we, als we dat niet doen, onze onwetendheid eenvoudig maar laten voortbestaan. We zeggen gewoon, op deze manier ben ik opgevoed en dat patroon herhalen we steeds weer, wat niets anders betekent dan dat je je voortdurend conformeert. Daarom zegt Krishnaji, onderzoek, respect voor andersdenkenden, breken met het verleden, is wezenlijk. Als dat niet gebeurt, verandert er weinig, en de maatschappij dendert maar door, als een grote vrachtwagen die steeds maar weer over dezelfde weg rijdt met geweldige inertie. Daarom is de toekomst nu, omdat er geen verandering is. Veranderen is zo moeilijk geworden.
Ik ging een keer naar Krishnaji toe en zei, “Meneer, als wij kinderen opvoeden op de manier zoals u geschetst heeft, zullen ze dan als vrije mensen opgroeien?” Weet je wat hij zei? Hij zei, “Die vraag kun je niet beantwoorden, omdat het nooit geprobeerd is!” Dat is een heel wetenschappelijk antwoord. Het experiment is niet uitgevoerd, dus kan het antwoord niet gegeven worden! Eerst moet je dit doen, omdat het ‘t juiste is om te doen, dan zullen we wel zien wat het oplevert. Maar één ding is zeker. Wanneer je visie zelf beperkt is, dan zul je er nooit komen, dat is zeker. Maar als je je visie verandert en iets anders uitprobeert, dan kun je niet bij voorbaat zeggen of het zal slagen of niet. Vraag niet om garanties. Zorg er allereerst voor dat je de juiste visie hebt en ga er met passie voor omdat dat het juiste is om te doen.
Vertaling LG