773 P. Krishna
6e lezing: Meditatie en de beoefenaar ervan
Vandaag houden we ons voor de laatste keer bezig met het verkennen van de verschillende aspecten van Krishnamurti’s leringen. Met het woord “verkennen” bedoelen we (zoals we al in onze eerdere lezingen zeiden) dat we ernaar luisteren, erover nadenken, niet om het er al dan niet mee eens te zijn, maar dat we onderzoeken wat ze betekenen en de betekenis die ons eigen denken aan de woorden geeft in twijfel trekken. Onderzoeken betekent ook dat we in ons eigen leven ontdekken of iets waar is. En dat is het belangrijkste en moeilijkste stuk, wat we alleen maar zelf kunnen doen. Zoals we in een vorige lezing al stelden is het op dit gebied van zelfkennis niet genoeg om de woorden op de juiste manier te kunnen interpreteren of definiëren, omdat ook dat alleen nog maar een idee omtrent de waarheid oplevert. Er is niet alleen sprake van interpreteren wanneer iemand anders ons vertelt wat Krishnamurti bedoelt of hoe hij Krishnamurti’s leringen begrepen heeft; we interpreteren ook wanneer we Krishnamurti’s boeken lezen. Ook mijn eigen denken interpreteert die woorden en leidt er een betekenis uit af. We moeten die betekenis dus in twijfel trekken, omdat die misschien niet is wat hij bedoelt; misschien geven we er onze eigen betekenis aan en als ik een oppervlakkig begrip heb, dan zou ik er dus ook een heel oppervlakkige betekenis aan kunnen geven. Waarmee het dus weer een nieuwe illusie wordt. Of je dus de Boeddha leest of een of andere theosofische tekst, het belangrijkste is de interpretatie die ons denken eraan geeft in twijfel te trekken. Zelfs wanneer je intellectueel gezien tot een juiste interpretatie bent gekomen, betekent onderzoeken verder gaan dan dat en in je eigen leven bezien of dat waar is. Dit laatste stuk is volledig padloos en er is geen boek of leraar die ons daarmee kan helpen. Dat is de essentie van onderzoeken.
Het is in deze geest dat we in de vorige lezingen bezig geweest zijn te onderzoeken. Men moet begrijpen dat autoriteit geen betekenis heeft, geen plaats heeft in dit onderzoekend bezig zijn. Er is alleen maar sprake van autoriteit op het gebied van kennis, niet op het gebied van zelf-kennis. Iemand anders kan iets veel beter weten of begrijpen dan ik misschien doe. Maar we stellen hier dat zelfs van Krishnamurti zelf iets aannemen, hem tot een autoriteit maken, geen betekenis heeft. Dus kan er al helemaal geen sprake van zijn dat we een tussenpersoon tot een autoriteit maken. Ook als je Krishnamurti tot een autoriteit maakt en klakkeloos aanneemt wat hij zegt, ben je gewoon nog bezig met je eigen interpretatie, zonder tot de waarheid ervan door te dringen. Er is daarom, we zeiden het al eerder, geen sprake van transformatie van het bewustzijn, geen inzicht, geen groei in wijsheid, als men niet waarneemt en ervaart wat de waarheid voor onszelf betekent; dan wordt iets alleen maar een nieuw stukje kennis in ons denken. Het religieuze zoeken is niet een zoeken naar kennis. Het is een zoeken naar het ervaren van waarheid. Daar hebben we ons al mee bezig gehouden. Dus het probleem is niet dat iemand autoriteit kweekt door de wijze waarop hij spreekt, maar dat autoriteit in dit zoekproces geen betekenis heeft. Iets aannemen op basis van een autoriteit, of het nu op gezag van de Boeddha of Christus of Krishnamurti is, heeft geen betekenis in het religieuze zoeken. Het is als het verzamelen van stof en as. Maar als je er een vraag van maakt, zelf op onderzoek uitgaat, dan onthult het een betekenis. Daarom duidden we deze reeks lezingen aan als een onderzoek van de leringen van J. Krishnamurti. Dat is wat er met dat woord bedoeld wordt.
In deze lezing willen we onderzoeken wat Krishnamurti over meditatie gezegd heeft. Onderzoeken in de geest zoals we hierboven geschetst hebben. De algemeen aanvaarde betekenis die er in de samenleving aan gegeven wordt is die van een soort mentale oefening of discipline. Er worden diverse vormen van zulke oefeningen voorgesteld om tot een diepere ervaring te komen, tot rust in het denken, tot stilte enzovoort. Sommige religies zeggen dat je op een rustige plek moet gaan zitten, je ogen moet sluiten, in een bepaalde houding moet zitten en steeds een mantra moet herhalen. Ze kunnen je een paar Sanskriet woorden geven om te herhalen, waarvan je al dan niet de betekenis weet, maar waarvan je gevraagd wordt om ze verscheidene malen te herhalen. Je denken maakt een zekere ervaring door en misschien voel je die als verrijkend, zij brengt je denken misschien in zekere mate tot rust, omdat je alle andere gedachten uitbant. Er zijn andere vormen van meditatie die van ons vragen om ons denken gericht te houden op een bepaald punt op de muur, of op iets anders naar eigen keuze. In vipassana houd je je aandacht gericht op je ademhaling, je slaat je ademhaling gade. De wezenlijke gedachte erachter is dat je het denken ervan weerhoudt om alle kanten op te gaan. Want dat doet het denken gewoonlijk, het is fragmentarisch, er is een voortdurende stroom van gedachten. Daarom houd je het ergens op gericht, teneinde het onder controle te brengen. Het is een vorm van concentratie. Je concentreert je op dat punt of op een beeld, of op de mantra die je door de goeroe is aangereikt. Als je al je energie schenkt aan het gadeslaan, dan wordt natuurlijk alle roddel voor dat tijdsbestek opgeschort. Dus brengt het je inderdaad in een zekere toestand en als je echt succesvol bent, dan zouden daar misschien zelfs wel bepaalde psychische ervaringen uit voort kunnen komen. Het zou een toestand van vrede met zich mee kunnen brengen, van extase zelfs, maar dat is allemaal afhankelijk van dat systeem, van die oefening.
Nu stelden we in een vorige lezing dat de essentie van religie het zoeken naar waarheid is, omdat, wanneer je ten diepste ervaart wat waar en wat onwaar is, er dan een einde gemaakt wordt aan illusie. En de illusie is een bron van wanorde in ons bewustzijn. Daarom ontstaat er, met het beëindigen van illusie, orde die gelijk staat aan deugd. Zal de meditatie, die we zojuist beschreven hebben, een einde maken aan illusie? Zal zij leiden tot zelf-kennis? Zoniet, dan verval ik uiteindelijk toch weer tot wanorde, nietwaar? Ik heb die activiteit alleen maar losgekoppeld van mijn dagelijkse leven. Een vorige keer zagen we dat we dat gedaan hebben wat vele aspecten van ons leven betreft. We hebben een scheiding aangebracht tussen religie en ons werken op kantoor en in ons gezinsleven. We hebben een scheiding aangebracht tussen werken enerzijds en plezier en vreugde anderzijds, waardoor er een kloof tussen ontstaan is. Meditatie brengt dus opnieuw zo’n kloof aan. In mijn dagelijkse leven heb ik spanning, wanorde, maar een half uur lang ga ik onder een boom zitten, schuif dat allemaal aan de kant en voel me vredig. Dat is geen echte blijvende vrede. Het is een vrede die door die oefening, door dat systeem, ontstaat. Daar is niets mis mee, we onderzoeken alleen wat dat is. Ofwel is dit waar of het is onwaar. We zeggen dat er geen zelf-kennis, geen wijsheid uit voort komt, wat betekent dat we niet noodzakelijkerwijs iets leren van die ervaring.
Het is misschien een andersoortige ervaring, maar aan ervaringen hebben we geen gebrek. We hebben massa’s ervaringen, van allerlei soort. Het probleem is slechts dat we niet leren uit onze ervaringen maar daarom steeds nieuwe ervaringen willen. We denken dat als we meer ervaringen hebben dat we dan meer zullen leren en meer wijsheid zullen verwerven. Dat is niet waar, omdat ervaring niet de waarheid brengt tenzij we het vermogen hebben onderscheid te maken tussen wat waar en wat niet waar is, wat betekent dat we een denkvermogen hebben dat openstaat voor leren. Daarover hebben we gesproken, over de kunst van het leren. Als je geen denkvermogen hebt dat wil leren, dan heeft geen enkel pad enige waarde, omdat het pad iets mechanisch wordt: doe dit, doe dit niet, ga hierheen, ga daarheen, houd je adem in, vast, enzovoort. Het pad levert ons denkvermogen slechts een nieuwe ervaring op, maar leren we ook iets van die ervaring? Als we niet leren, dan groeien we niet in wijsheid; het zoeken naar waarheid is nog niet eens begonnen. Omdat waarheid niet de opeenstapeling is van ervaringen. Waarheid is een diep waarnemen dat plaatsvindt tijdens het ervaren. Het is een inzicht dat ontstaat terwijl je de ervaring doormaakt. En het hele leven is ervaren. Ik doe de hele tijd niet anders.
Maar om de een of andere reden zeggen we dat leren alleen maar moet voortkomen uit dat ene uur meditatie, of die yoga, of die bepaalde goeroe, of dat bepaalde boek. De rest van het leven, denken we, is geen bron van leren. Het denken brengt een scheiding aan tussen leren en leven. Het zegt: ik leer van de goeroe, ik leer van meditatie, maar leven is iets heel anders, en dat is weer een verdeeldheid die wij scheppen. Elke verdeeldheid is een product van onwetendheid. Zij ontstaat omdat we een verkeerde benadering van het onderwerp hebben. Het leven is een geheel, het is niet verdeeld, maar het denken brengt die verdeeldheid aan. Daarom wees Krishnamurti erop dat, zolang je probeert iets te bereiken door een oefening, er geen sprake is van echte meditatie, omdat de mediterende daarbij zelf actief is. Wie is die mediterende? Daar hebben we het al over gehad. Wie ben ik? Ik ben het verleden, de herinneringen, de conditioneringen. En iemand zegt, ik moet mijn denken alleen maar op mijn adem gericht houden en niet op iets anders, en hij dwingt zichzelf ertoe dat te doen door te oefenen. Uiteindelijk zal dat op den duur misschien steeds minder inspanning vergen, maar in wezen staat zo iemand zijn denken niet toe een andere kant op te gaan. Dus hij is niet alleen maar bezig waar te nemen, hij is bezig te manipuleren en hij heeft een doel waar hij heen wil gaan. Net zoals dat met iedere willekeurige vaardigheid het geval is. Dat moet je ook doen, wanneer je muziek leert, dat moet je ook doen wanneer je leert fietsen. Je moet erop toezien dat je in het juiste spoor blijft en er niet vanaf wijkt, en dat doe je hierbij net zo goed. Dus je wil is werkzaam en de wil is de essentie van het ego. Het wordt dus weer een proces van iets willen bereiken. Maar vrijheid is niet iets wat je kunt bereiken. Het is niet iets mechanisch. Het waarnemen van waarheid is niet iets wat je kunt bereiken. Daar moeten we heel duidelijk over zijn.
Een taal leren is iets wat je kunt bereiken. Iets bereiken heeft altijd iets te maken met verzamelen, met je inspannen, met kennis, en dat heeft niets met waarheid te maken. Op een bestaande video-opname horen we hoe Krishnamurti zegt dat waarheid en liefde buiten het bereiken van de hersenen liggen; zij bevinden zich niet in de hersenen. Dat betekent dat ze niet door het denkproces, door onze conditioneringen, benaderd kunnen worden. Het is niet het bekende; het ligt daarbuiten. Er is een soort creatieve sprong nodig om het te voelen. Je kunt het niet bereiken door je inspanning, door je pad. Je zult dit thema voortdurend zien terugkomen in zijn leringen. Het begon in 1929 met zijn stelling ‘Waarheid is een land zonder paden’. Elk willekeurig pad brengt het denken een ervaring, of het nu het Christelijke of het Boeddhistische of het Hindoeïstische pad is. Het pad laat het denken een aantal ervaringen doormaken, omdat er van je gevraagd wordt om bepaalde rituelen uit te voeren, bepaalde gebeden op te zeggen enzovoort. Er wordt je gevraagd om jezelf te beheersen: bepaalde dingen te doen, bepaalde dingen niet te doen, jezelf discipline bij te brengen, wat allemaal tot het pad behoort. Door dat allemaal na te volgen, maak je bepaalde ervaringen door. Maar waar het om gaat is niet het ervaren. Waar het om gaat is het leren. Leren wat waar en wat niet waar is.
Dus heeft het pad weinig waarde, tenzij ik een lerend denkvermogen heb. Ik zou net zo goed kunnen zeggen dat het lerend denkvermogen het pad is. Als je een lerend denkvermogen ontwikkeld hebt, kun je elk willekeurig pad volgen en je zult ervan leren. En als je zo’n denkvermogen niet hebt, maakt het niet uit welk pad je betreedt, je zult er niet van leren. Het pad is niet belangrijk. De theosofen hebben geen ongelijk wanneer zij zeggen dat verschillende religies verschillende paden zijn naar dezelfde waarheid en de waarheid ligt buiten het bereik van alle religies. Zij is dezelfde voor de gehele mensheid. Dat is allemaal waar. Maar waar het om gaat is het pad. Waar het om gaat is dat lerende denkvermogen. Als je geen lerend denkvermogen hebt, zul je geen waarheden oppikken, maar alleen maar meer vooroordelen. Of je daarbij nu de Christelijke vooroordelen of de Hindoeïstische vooroordelen of de wetenschappelijke vooroordelen oppikt, het gaat in alle gevallen slechts om verschillende soorten illusie! Het denken pikt nog altijd illusie op; het heeft niet geleerd zichzelf van illusie te bevrijden door het waarnemen van waarheid. En theosofie is het zoeken naar waarheid, omdat er, wanneer we niet zoeken naar waarheid, wanneer we geen einde weten te maken aan de illusie, geen wijsheid kan zijn. Een denkvermogen dat zijn eigen verbeelding volgt en een enorm belang hecht aan iets wat er niet echt toe doet is niet wijs.
Daarin vinden we geen wijsheid. Het staat zelfs niet in contact met de werkelijkheid. Het gaat maar door met zijn illusies, het zingt zijn eigen liedje, het zit verstrikt in zijn eigen propaganda. Er is niet alleen de autoriteit van de kerk en de autoriteit van het boek en de autoriteit van Krishnamurti, maar er is ook de autoriteit van je eigen ervaring. De conclusie die ik getrokken heb uit mijn eigen ervaring blokkeert ook het zoeken naar waarheid. Ik begin mijn ervaring te verdedigen en ik zeg tegen mezelf, ik heb mijn vingers gebrand en toen heb ik dit allemaal geleerd. Daarmee kun je heel zeker van jezelf zijn en niettemin een illusie opgepikt hebben. En misschien geef je de illusie door aan anderen als ware het wijsheid. Hoe zul je dat weten, tenzij je er twijfels over koestert, tenzij je de bereidheid hebt het te onderzoeken, te bevragen, te beschouwen, te verkennen, het als een open vraag te blijven benaderen? Als je ergens niet lichtvaardig over denkt, dan begin je erin te investeren. Zodra je erin investeert, wordt het iets egoïstisch, een bezitting om trots op te zijn. Het is net als met een investering in de aandelenmarkt. Wanneer je een heleboel geld op de aandelenmarkt geïnvesteerd hebt, dan gaat je hart op en neer wanneer de markt op en neer gaat! Op dezelfde wijze voel je je, wanneer je in een of ander denkbeeld geïnvesteerd hebt, zo vijandig, zodra iemand dat denkbeeld tegenspreekt, omdat je bedreigd wordt, omdat jouw investering bedreigd wordt. Maar als je er niet in hebt geïnvesteerd, als je er luchtig over denkt en iemand spreekt je tegen, dan is er geen sprake van angst. Dan vraag je je alleen maar af, wat zegt die persoon? Zou het kunnen zijn dat wat ik denk niet juist is? Ik wil luisteren naar wat die persoon zegt. Dan is de hele benadering anders. Je staat niet langer vijandig tegenover iemand die kritiek uitoefent of die zegt dat wat jij staande houdt niet waar is. Je bent er dan inderdaad méér in geïnteresseerd om naar hem te luisteren omdat dat jou in staat kan stellen een of andere illusie in jouw eigen denken op te helderen. Dus het lerend denkvermogen heeft een totaal andere benadering dan het gelovend denkvermogen of het denkvermogen dat vasthoudt aan bepaalde conclusies.
Daarom blokkeert het gehecht zijn aan enige conclusies, of die nu voortkomen uit je eigen ervaring, of dat ze voortkomen uit het lezen van Krishnamurti, het leren. En waarom zouden we eraan hechten? Dat investeren in dat denkbeeld is het ego. Het denkbeeld is niet het ego. Jouw investeren daarin, jouw hechten daaraan is het ego. En dat blokkeert het leren. Dus het ego is de allergrootste bron van alle wanorde in ons leven en we stellen de vraag, zal meditatie als een techniek een einde maken aan het ego? Want dat is wat meditatie verondersteld wordt te doen. Als zij deel uitmaakt van het religieuze zoeken, dan draait het bij het religieuze zoeken om het zich bevrijden van deze egotistische benadering, omdat het een illusoire benadering is, omdat het wanorde schept. Brengt meditatie dus bevrijding van het ego? Daarvoor zullen we de vraag moeten stellen of meditatie zelf een ego proces is. Als er sprake is van een mediterend iemand die evalueert, die discipline aanleert, die een resultaat wenst uit dat wat hij zich had voorgenomen, dan is het al een ego proces. Misschien een heel nobel ego proces, maar niettemin een ego proces. Waarmee we niet zeggen dat een ego proces iets slechts is. We zeggen alleen dat het een ego proces is wanneer het een wens, een verlangen in zich draagt, wanneer je het doet om een bepaald resultaat te krijgen. Daarmee wordt het namelijk een wens proces, en dat verlangen is een deel van het ego. Dat is de definitie van het ego proces. Zolang ik bezig ben controle uit te oefenen, zolang ik mijzelf iets opleg, zolang ik doelgericht bezig ben, wordt meditatie zelf een deel van het ego proces. En door middel van een ego proces kun je niet tot niet-gewelddadigheid of tot vrede komen. Je hanteert een verkeerde definitie van vrede als je denkt dat je dat wel kunt. Dat is een illusie. Dus als dat waar is, wat is dan meditatie?
Er is alleen sprake van mediteren wanneer er geen mediterende persoon aanwezig is die tussenbeide komt, hetgeen betekent dat het net zo moet gebeuren als het bloeien van een bloem, als een natuurlijk proces, en niet door een wilsinspanning van het denken. In dat geval zou mediteren een totaal andere betekenis hebben dan de meditatievorm waarin ik weloverwogen ga zitten en een systeem beoefen. Ik moet u opnieuw in herinnering brengen dat hiermee niet gezegd wordt dat u het niet moet doen. U dient slechts te weten wat je er wel en niet mee kunt. Dat is een onderdeel van zelfkennis. Als je zegt, denken zal nooit tot inzicht leiden, dan is dat een waarheid. Maar daarom betekent het nog niet: denk niet. Dat is een verkeerde conclusie. Wees je slechts bewust van wat het denken kan doen en wat het niet kan doen. En dat maakt deel uit van zelfkennis. Anders zul je het denken gebruiken op een gebied waar het niet werkt en dan is het een illusie om het daar wel te willen gebruiken. Maar om daarmee het denken ook dáár aan de kant te schuiven waar het wél werkt, zou opnieuw een illusie zijn. Dus zelf-kennis betekent niets anders dan de waarheid met betrekking tot iets kennen. Als je weet wat denken kan doen en ook weet wat denken niet kan te doen, zodat je het op de juiste wijze kunt gebruiken, dan kom je tot de juiste balans. Dat is wat we zelf-kennis noemen.. Niet oordelen, niet conclusies trekken over welke gedachte goed of niet goed voor je is. Dat is een mening. Waarheid is altijd iets subtiels. Iets is nooit zomaar slecht of goed, dat is een veel te gestructureerde, te grove benadering. Waarheid is meer zoiets als een kunst, een evenwicht --- je moet zelf ontdekken wat de juiste plaats van iets is en niet meteen etiketten van goed of slecht gaan opplakken.
We zeggen dus niet dat je niet moet of mag mediteren. We verkennen alleen wat meditatie kan doen en wat meditatie niet kan doen. Als je wilt wat je met yoga kunt bereiken, doe dan yoga. Hatha yoga zal je lichaam soepel maken, het zal het flexibel en gezonder maken. Dat alles kan het bewerkstellen, maar wees je ook bewust van de beperkingen ervan. Meditatie, als beoefening van een techniek, zal een zekere gemoedsrust brengen, het zal je denken een bepaalde ervaring geven, maar als je denkt dat zij jou naar de vrijheid zal leiden, dan is dat niet waar. Zo ook, wanneer je naar de kerk gaat en je bidt daar en dat geeft je denken een zeker soort rust en je wilt juist die rust ervaren, dan is dat prima. Maar als je denkt dat je daardoor een beter, religieuzer iemand wordt, enzovoort, dan is het een illusie. Binnenin jou verandert er niets, je ervaart slechts een zekere vrede, wat okay is. Het is als het eten van chocola. Er is niets verkeerds aan het eten van chocola, maar je denkt niet dat je vromer wordt door het eten van chocola. Het is de illusie die het probleem vormt; de handeling zelf is niet het probleem.
We verkennen dus wat meditatie wel en niet kan doen. Ook moeten we erachter zien te komen wat de meditatie is waarover mensen als de Boeddha en Krishnamurti gesproken hebben. Want we beelden ons misschien in dat het iets is en misschien is het dat wel helemaal niet. Daarmee wordt het onze eigen interpretatie van wat de Boeddha zei. Zolang ik dus niet heb uitgevonden wat het is, weet ik het eigenlijk niet. Mijn denken speculeert, interpreteert de woorden van de Boeddha en zegt, dit bedoelt hij ermee. Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Zolang ik dus de waarheid niet voor mezelf ontdek, weet ik niet eens precies wat hij bedoelde. Dat is de moeilijkheid en tevens de schoonheid, de uitdaging op dit gebied van onderzoek. Wat Krishnaji zegt is dat het leren over jezelf, doordat je jezelf gadeslaat in de spiegel van relaties, naarmate men door alle ervaringen gaat in zijn leven, een deel is van meditatie --- niet het geheel. Bij dat leren, als onderdeel van dat leren, kun je vasten, yoga doen, onder een boom zitten en een bepaalde vorm van meditatie beoefenen. Als je dat experimenterenderwijs doet, om je eigen afhankelijkheid te ontdekken, om te leren over hoe het denken werkt, hoe concentratie werkt, dan is het een onderdeel van het leer proces. Maar wanneer je het benadert als een middel om iets te bereiken, dan wordt het een ego proces, dan wordt het iets lelijks.
Het is daarom belangrijk te begrijpen dat niet gesteld wordt: doe geen yoga, doe dit of dat niet, lees de geschriften niet. Gesteld wordt wel dat je alles moet doen met een denken dat gericht is op leren, wat het religieuze denken is, dat niet-egotistisch is, omdat het slechts wenst te begrijpen wat er gebeurt. Het is een studie, het is een onderdeel van het leren, van het willen ontdekken van iets, niet om het te veranderen. Je wenst te leren maar het is niet een verlangen om iets te veranderen. Dat is een subtiel onderscheid. Als je de wens hebt om iets te veranderen, dan wordt het een ego proces. Als je geen verlangen hebt om iets te veranderen, en toch richt je je energie op het observeren van iets, alleen om te begrijpen wat er speelt, dan is het geen ego proces. Is er geen ego in het louter proberen te begrijpen hoe het zaad een boom wordt? Dat is wat de bioloog vraagt. Daar is geen ego in. Maar als hij dat doet met een of ander egotistisch motief, dan maakt dat motief het tot iets wat egogericht is. In het andere geval is het slechts een zoeken naar een waarheid.
Als je dus de waarheid op zo’n wijze kunt onderzoeken, dan benader je de meditatie op een niet egotistische wijze. Heb je zo’n lerend denkvermogen niet, wat betekent dat je dingen op egotistische wijze benadert, dan wordt de yoga zelf, de meditatie zelf, een ego proces. Maar als je het vanuit een lerend denkvermogen benadert, dan is dat iets geheel anders. Dan ga je experimenterenderwijs te werk, zoals een wetenschapper een experiment uitvoert om iets te ontdekken. Hij heeft niet alvast besloten wat het resultaat zou moeten zijn, en hij geeft niet aan het ene resultaat de voorkeur boven het andere. Hij zegt alleen, ik weet het niet, ik wil ontdekken wat het resultaat is van dit experiment en als hij een echte wetenschapper is met een open denkvermogen, dan doet hij dat om inzicht te krijgen in de natuur. Kunnen wij al deze praktijken beoefenen op experimentele wijze om inzicht te krijgen in ons eigen bewustzijn? Dan zijn ze prima, ze zullen het leren niet in de weg staan. Maar als je het doet om vrijheid te bereiken of een ander doel, dan zit je al gevangen in een ego proces, dan maakt het al deel uit van een illusie. En de illusie is een veel groter probleem dan alle andere problemen, omdat dat de bron is van wanorde. We weten dus niet echt wat werkelijke meditatie is. Wat is de meditatie waarover Krishnamurti sprak? Ik weet het niet.
Het is niet van belang om daarover te speculeren. Het is van belang om het het onbekende te laten en tegen jezelf te zeggen, ik weet het niet. Dan zul je, wanneer je wilt ontdekken, eerst tot een stil denkvermogen moeten komen. Het is het stille denkvermogen dat een meditatie kent die totaal anders is dan al deze praktijken. Daarom is het in wezen het onbekende. Zoals we al eerder zeiden, als we onszelf bevrijden van verdeling, als we orde in het bewustzijn bereiken, dan is er een grenzeloze bloei van liefde en mededogen. Dat gebeurt gewoon. Zij wordt slechts geblokkeerd door het ego proces in ons. Zo zou ook meditatie bloeien, als we haar niet blokkeren door onze eigen inspanningen en gehechtheden en door ons ego proces. Niets staat ons in de weg behalve wijzelf. Het gaat hier om iets dat op natuurlijke wijze plaatsvindt, maar eerst moeten we ons vrij maken van die wanorde in ons bewustzijn, en dan zullen we weten wat meditatie, echte meditatie, is.
Toen ze het studiecentrum in Brockwood aan het bouwen waren, was Scott Forbes de man die er de leiding van had. Hij sprak erover met Kishnamurti en Krishnamurti stond erop dat er een stilte-ruimte in het midden zou komen. Dus vroeg Scott hem, “Meneer, wat voor betekenis heeft deze stilte-ruimte? Als ik daarin ga, zal zij mij dan rustig maken?” En Krishnaji zei, “Nee, je neemt stilte mee naar de ruimte”! Je moet het eerst verdienen om die ruimte binnen te gaan. En de eis om die ruimte binnen te mogen gaan is dat je stilte met je mee neemt! Dat is totaal iets anders dan dat je voelt dat in die ruimte zitten je stilte zal brengen. Het legt de hele verantwoordelijkheid bij de persoon en niet bij de ruimte. Zo zei hij ook dat een plaats heilig is als het denken daar heilig is. Het denken hier en nu --- niet dat er een heel heilige man was die daar leefde en daardoor is die plek heilig geworden. Dat maakt het niet religieus. Het denken daar moet nu religieus zijn. Dan is het iets levends; anders is het dooie geschiedenis. Als daar voorheen een of ander religieuze denker leefde en je nu die kwalificatie aan het gebouw zelf geeft, dan is dat een illusie omdat ons denken zich daarmee vermaakt, er plezier in vindt, en voor zo’n neiging moet je op je hoede zijn. Dit is haast een instinct, omdat het najagen van plezier een instinct is.Dus tenzij je er heel goed op let, maakt het denken het weer tot een voorwerp van genieten, weer tot een romantische verbeelding, weer tot iets wat troost geeft.
Er is niets mis met plezier. We genieten van muziek, we genieten van eten, we genieten van seks, maar verwar genieten niet met het zoeken naar waarheid, naar leren, naar wijsheid. Dat geldt ook voor extase; je kunt in een psychische toestand terecht komen en extase ervaren. Dat is een mooie ervaring. Maar men moet die extase niet verwarren met bevrijding, met waarheid, met vrijheid. Er zijn dingen die je wel en die je niet moet doen in het leven; maar er is een verkeerde benadering en een goede benadering van iedere willekeurige activiteit. Als er geen illusie in zit, wanneer het niet egotistisch is, dan is het de juiste benadering. Dan kun je alles doen, een boek lezen, wandelen, wat je maar wilt. Maar als je geen lerend denkvermogen hebt, dan kun je ook doen wat je wilt, maar de wanorde zal blijven bestaan. Je ego zal gehecht blijven aan elke activiteit waarmee je je bezig houdt. Dat is de waarheid en daarom is het goed je ervan bewust te zijn. Zeg niet dat dat het wel erg moeilijk maakt. Niemand heeft je ooit beloofd dat het leven eenvoudig zou zijn! Dat hebben we niet gevraagd voordat we geboren werden!! Dit is wat je hebt --- wat je er ook mee doet of niet mee doet! Geen hoop en optimisme en al dat soort dingen. Dat is weer zo’n vorm van romantiseren van ons denken. We willen graag dat het makkelijk is en zeggen, als het gemakkelijk is dan wil ik het wel doen. Maar als het moeilijk is, niet. Maar het is noch eenvoudig noch moeilijk. Het is zoals het is.